De laatste tijd krijg ik steeds vaker te maken met mensen om mij heen die vertellen dat ze overspannen zijn of die door hun omgeving als overspannen worden omschreven. Dat heeft mij aan het denken gezet. Wat betekent het eigenlijk wanneer iemand overspannen is? Waar komt het vandaan? En wanneer gaat gewone spanning, vermoeidheid of ontevredenheid over in een situatie waarin iemand werkelijk de grip verliest en niet meer normaal kan functioneren?

Overspanning is niet simpelweg hetzelfde als een drukke week, moe zijn na een zware inspanning of geen motivatie meer hebben voor het werk. In de Nederlandse medische richtlijn wordt overspanning gekenmerkt door meerdere spanningsklachten, een gevoel van controleverlies en duidelijke beperkingen in het beroepsmatige of sociale functioneren (Nederlands Huisartsen Genootschap [NHG], 2025; Verschuren et al., 2011).

De mogelijke klachten zijn onder meer moeheid, onrustige slaap, prikkelbaarheid, niet goed tegen drukte of lawaai kunnen, emotionele labiliteit, piekeren, een gejaagd gevoel en concentratie- of geheugenproblemen. De klachten alleen zijn echter niet voldoende: juist het niet meer kunnen hanteren van de belasting en het vastlopen in belangrijke dagelijkse rollen onderscheiden overspanning van gewone spanning (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

Werk kan een belangrijke bron van belasting zijn, maar overspanning hoeft niet uitsluitend door het werk te ontstaan. Hoge taakeisen, een ongunstige verhouding tussen inspanning en beloning, weinig organisatorische rechtvaardigheid, onduidelijke verantwoordelijkheden, privéproblemen en onvoldoende herstel kunnen elkaar versterken (Harvey et al., 2017; Van der Molen et al., 2020; Verschuren et al., 2011).

Dat roept belangrijke vragen op. Kun je als collega werkelijk zien dat iemand overspannen is? Hoe onderscheid je overspanning van gewone vermoeidheid, een depressie, motivatieverlies of ontevredenheid met het werk? Wat is het verschil met een burn-out? En hoe lang duurt het voordat iemand hersteld is?

In dit artikel onderzoeken we wat overspanning volgens medische richtlijnen en wetenschappelijk onderzoek inhoudt, welke factoren eraan kunnen bijdragen, hoe professionals het beoordelen en wat bekend is over herstel en terugkeer naar werk. Ook bekijken we hoe collega’s en leidinggevenden op een menselijke maar zorgvuldige manier kunnen reageren.

Recently, I have increasingly encountered people around me who say they are overstrained or who are described by others as becoming overstrained. That made me think. What does it actually mean when someone is overstrained? Where does it come from? And when do ordinary tension, fatigue or dissatisfaction develop into a situation in which someone genuinely loses their grip and can no longer function normally?

Overstrain is not simply the same as a busy week, being tired after heavy exertion or no longer feeling motivated at work. In the Dutch medical guideline, overstrain is characterized by several stress symptoms, a loss of control and clear limitations in occupational or social functioning (Nederlands Huisartsen Genootschap [NHG], 2025; Verschuren et al., 2011).

Possible symptoms include fatigue, restless sleep, irritability, reduced tolerance of noise or crowds, emotional instability, rumination, feeling rushed and concentration or memory problems. The symptoms alone are not sufficient: it is particularly the inability to handle the burden and becoming stuck in important daily roles that distinguish overstrain from ordinary tension (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

Work can be an important source of strain, but overstrain does not have to arise exclusively from work. High job demands, an unfavorable effort-reward balance, low organizational justice, unclear responsibilities, private-life problems and insufficient recovery can reinforce one another (Harvey et al., 2017; Van der Molen et al., 2020; Verschuren et al., 2011).

This raises important questions. Can you truly see as a colleague that someone is overstrained? How do you distinguish overstrain from ordinary fatigue, depression, loss of motivation or job dissatisfaction? What is the difference from burnout? And how long does recovery take?

In this article, we examine what overstrain means according to medical guidelines and scientific research, which factors may contribute, how professionals assess it and what is known about recovery and return to work. We also consider how colleagues and managers can respond in a humane but careful way.

Wat is overspanning en hoe herken je het?

Inhoudsopgave

  1. In het kort
  2. Stress is niet automatisch overspanning
  3. Wanneer spreken professionals van overspanning?
  4. Welke klachten en signalen horen erbij?
  5. Waardoor kan overspanning ontstaan?
  6. Kun je overspanning aan een collega herkennen?
  7. Overspanning of werkontevredenheid?
  8. Overspanning, depressie of angst?
  9. Wat is het verschil met burn-out?
  10. Hoe lang duurt het herstel?
  11. Wat helpt bij herstel?
  12. Wat kunnen collega’s en leidinggevenden doen?

In het kort

Overspanning is een Nederlandse klinische term voor een toestand waarin meerdere spanningsklachten samengaan met controleverlies en duidelijk verminderd functioneren; alleen moeheid, irritatie of werkontevredenheid is daarvoor niet voldoende (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

De oorzaak is meestal niet terug te brengen tot één gebeurtenis. Werkfactoren, privébelasting, lichamelijke of psychische kwetsbaarheid, slaaptekort, eerdere problemen en onvoldoende herstel kunnen zich opstapelen en elkaar beïnvloeden (Harvey et al., 2017; Palmer et al., 2024; Van der Molen et al., 2020; Verschuren et al., 2011).

Een collega kan veranderingen in gedrag of functioneren opmerken, maar kan op basis daarvan niet betrouwbaar vaststellen dat iemand overspannen is. Dezelfde signalen kunnen onder meer voorkomen bij depressie, angst, slaapstoornissen, lichamelijke aandoeningen, rouw, middelenproblemen of andere stressgerelateerde klachten (Koutsimani et al., 2019; NHG, 2025; Terluin et al., 2006).

Binnen de Nederlandse richtlijn is burn-out een langduriger beeld waarbij aan de criteria voor overspanning is voldaan, de klachten meer dan zes maanden eerder zijn begonnen en uitputting sterk op de voorgrond staat (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

Herstel kent geen vaste termijn. Sommige mensen hervatten binnen weken gedeeltelijk hun activiteiten, terwijl volledig herstel of duurzame terugkeer naar werk maanden kan duren; bij ernstigere stressgerelateerde uitputtingsbeelden kunnen restklachten nog veel langer aanwezig blijven (Brämberg et al., 2024; Glise et al., 2020; Nieuwenhuijsen et al., 2003; Verschuren et al., 2011).

Een actieve, stapsgewijze aanpak waarin de stressoren, het herstel, het functioneren en zo nodig de werksituatie worden aangepakt, sluit beter aan bij richtlijnen en onderzoek dan uitsluitend afwachten tot alle klachten verdwenen zijn (Brämberg et al., 2024; Cowansage et al., 2025; Verschuren et al., 2011).


Stress is niet automatisch overspanning

Stress is in de eerste plaats een aanpassingsreactie op een uitdaging of bedreiging. Een kortdurende stressreactie kan alertheid en handelen ondersteunen, waarna het lichaam en de aandacht bij voldoende herstel weer richting het uitgangsniveau bewegen (Epel et al., 2018; McEwen & Akil, 2020).

Een drukke werkdag, een moeilijk gesprek, een deadline of een zware training kan daarom tijdelijk spanning, vermoeidheid of een hogere hartslag veroorzaken zonder dat er sprake is van een stoornis. Het verschil zit niet alleen in de intensiteit van één moment, maar vooral in de duur, herstelmogelijkheden, ervaren controle en gevolgen voor het dagelijks functioneren (Epel et al., 2018; Verschuren et al., 2011).

Langdurige, herhaalde of als onbeheersbaar ervaren belasting kan leiden tot een steeds grotere fysiologische en psychologische belasting. In de stressliteratuur wordt dit onder meer beschreven vanuit allostase: het lichaam past zich voortdurend aan omstandigheden aan, maar langdurige of onvoldoende herstelde aanpassing kan op termijn een prijs hebben voor meerdere systemen (Epel et al., 2018; Goldstein, 2021).

Ook langdurige stress is niet automatisch hetzelfde als overspanning. De Nederlandse diagnose vraagt om een specifieke combinatie van klachten, controleverlies en disfunctioneren, waardoor iemand met veel stress nog wel kan functioneren en iemand met vergelijkbare stressoren juist kan vastlopen (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

Het begrip overspanning heeft bovendien geen volledig identieke internationale tegenhanger. Het vertoont overlap met het internationale begrip aanpassingsstoornis, waarbij emotionele of gedragsmatige klachten ontstaan in reactie op herkenbare stressoren en tot duidelijke lijdensdruk of beperkingen leiden, maar de precieze classificatie en criteria verschillen tussen systemen (O’Donnell et al., 2019; Verschuren et al., 2011).


Wanneer spreken professionals van overspanning?

Volgens de Nederlandse richtlijn moet aan vier voorwaarden worden voldaan voordat van overspanning wordt gesproken. Ten eerste zijn ten minste drie spanningsklachten aanwezig uit de richtlijnlijst; ten tweede ervaart de persoon controleverlies of machteloosheid doordat de gebruikelijke manieren om met de belasting om te gaan tekortschieten; ten derde bestaan duidelijke beperkingen in het beroepsmatige of sociale functioneren; en ten vierde worden de distress, het controleverlies en het disfunctioneren niet uitsluitend rechtstreeks verklaard door een andere psychiatrische stoornis (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

Deze definitie maakt duidelijk waarom een losse klacht weinig zegt. Iemand kan slecht slapen zonder overspannen te zijn, geïrriteerd zijn door een conflict zonder de grip te verliezen of tijdelijk minder gemotiveerd zijn terwijl het functioneren grotendeels intact blijft (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

Het criterium controleverlies betekent niet dat iemand letterlijk nergens meer controle over heeft. Het verwijst naar de ervaring dat de beschikbare probleemoplossende strategieën niet meer voldoende werken en dat dagelijkse eisen niet meer op de gebruikelijke manier kunnen worden gehanteerd (Verschuren et al., 2011).

Het criterium disfunctioneren betekent dat de klachten merkbare gevolgen hebben voor belangrijke rollen. Dat kan zichtbaar worden in werk, studie, huishouden, zorg voor anderen of sociale contacten, maar de precieze vorm verschilt per persoon en situatie (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

Voor het onderscheiden van algemene distress, depressie, angst en lichamelijk geuite klachten wordt in de Nederlandse eerstelijnszorg onder meer de Vierdimensionale Klachtenlijst gebruikt. Deze vragenlijst kan de beoordeling ondersteunen, maar vervangt het klinische gesprek, de medische beoordeling en de differentiaaldiagnose niet (Terluin et al., 2006; Verschuren et al., 2011).


Welke klachten en signalen horen erbij?

De Nederlandse criteria noemen moeheid, gestoorde of onrustige slaap, prikkelbaarheid, niet goed tegen drukte of lawaai kunnen, emotionele labiliteit, piekeren, een gejaagd gevoel en concentratie- of geheugenproblemen als mogelijke spanningsklachten (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

Mensen hoeven niet alle klachten te hebben en dezelfde klacht kan bij verschillende aandoeningen voorkomen. Vermoeidheid kan bijvoorbeeld samenhangen met slaaptekort, depressie, infectie, schildklierproblemen, medicatie, bloedarmoede of andere lichamelijke en psychische oorzaken, waardoor een medische beoordeling soms nodig is (NHG, 2025; Terluin et al., 2006).

Slaapverlies kan op zichzelf negatieve emoties, prikkelbaarheid en problemen met emotieregulatie versterken. Daardoor kan slaaptekort zowel een onderdeel van het klachtenbeeld zijn als een factor die de draagkracht verder vermindert (Palmer et al., 2024).

Concentratieproblemen en vergeetachtigheid zijn eveneens niet specifiek. Ze kunnen optreden bij stress, depressie, angst, onvoldoende slaap en uiteenlopende lichamelijke omstandigheden, zodat één zichtbaar foutje of een periode van minder focus geen bewijs van overspanning vormt (Koutsimani et al., 2019; Palmer et al., 2024; Terluin et al., 2006).

Een praktisch onderscheid is dat normale vermoeidheid meestal in verhouding staat tot de inspanning en duidelijk afneemt na passende rust, terwijl bij overspanning meerdere klachten en beperkingen naast elkaar bestaan en het normale herstel- en probleemoplossend vermogen onvoldoende blijkt (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

Signalen die om aandacht kunnen vragen

Veranderingen zoals vaker fouten maken, moeite hebben met overzicht, sneller emotioneel reageren, zich terugtrekken, vaker verzuimen of zichtbaar moeite hebben met taken kunnen reden zijn om respectvol te vragen hoe het gaat. Zulke veranderingen zijn echter observaties en geen diagnose, omdat ze ook uit andere werk-, privé- of gezondheidsproblemen kunnen voortkomen (Gayed et al., 2018; Koutsimani et al., 2019; Terluin et al., 2006).

Het ontbreken van zichtbare signalen sluit problemen evenmin uit. Mensen verschillen in de mate waarin zij klachten uiten, verbergen of tijdelijk compenseren, en functioneren kan op het ene levensgebied langer intact blijven dan op het andere (O’Donnell et al., 2019; Verschuren et al., 2011).


Waardoor kan overspanning ontstaan?

Overspanning ontstaat doorgaans niet door één universele oorzaak, maar door een wisselwerking tussen belasting, betekenis, beschikbare hulpbronnen, coping, gezondheid en herstel. De Nederlandse richtlijn kijkt daarom niet alleen naar klachten, maar ook naar stressoren in werk en privé, probleemoplossend vermogen, steun en omstandigheden die herstel belemmeren of ondersteunen (Verschuren et al., 2011).

Werkgerelateerde factoren

Een systematische meta-review concludeerde dat hoge taakeisen, geringe beslissingsruimte, lage sociale steun, rolstress, pesten, baanonzekerheid en een ongunstige verhouding tussen inspanning en beloning in wisselende mate samenhangen met veelvoorkomende psychische problemen; de kwaliteit en sterkte van het bewijs verschillen per factor (Harvey et al., 2017).

Een latere systematische review en meta-analyse vond voor stressgerelateerde psychische aandoeningen vooral verhoogde risico’s bij hoge taakeisen, een slechte verhouding tussen inspanning en beloning en geringe organisatorische rechtvaardigheid (Van der Molen et al., 2020).

Onder organisatorische rechtvaardigheid vallen onder meer de ervaren eerlijkheid van beslissingen, procedures en behandeling binnen een organisatie. Een medewerker kan daardoor niet alleen belast raken door de hoeveelheid werk, maar ook door onduidelijke besluitvorming, ongelijke verwachtingen of het gevoel dat inzet en waardering niet in verhouding staan (Van der Molen et al., 2020).

Onderzoek naar depressieve symptomen en burn-outachtige uitputting laat eveneens zien dat hoge eisen, geringe controle, weinig steun, werkonzekerheid en een ongunstige psychosociale werkomgeving relevante risicofactoren kunnen zijn, al bewijzen observationele verbanden niet dat één factor bij ieder individu de oorzaak is (Aronsson et al., 2017; Theorell et al., 2015).

Een gebrek aan leiding kan belastend worden wanneer daardoor prioriteiten, rollen, grenzen en verantwoordelijkheden onduidelijk blijven. Het wetenschappelijke bewijs ondersteunt vooral het bredere belang van rolhelderheid, steun, rechtvaardigheid en hanteerbare taakeisen; het kan niet voorspellen dat iedere weinig aangestuurde werknemer overspannen raakt (Harvey et al., 2017; Van der Molen et al., 2020).

Privéomstandigheden en stapeling

Stressgerelateerde klachten kunnen ook ontstaan door relatieproblemen, verlies, ziekte, mantelzorg, financiële zorgen, conflicten of meerdere veranderingen tegelijk. In de beoordeling van overspanning wordt daarom de totale context onderzocht en niet alleen de werkplek (O’Donnell et al., 2019; Verschuren et al., 2011).

Een afzonderlijke gebeurtenis hoeft niet extreem te zijn wanneer meerdere eisen zich opstapelen of langdurig blijven bestaan. Het risico op vastlopen wordt mede beïnvloed door de ervaren beheersbaarheid, beschikbare steun, eerdere kwetsbaarheid en mogelijkheden om problemen daadwerkelijk op te lossen (Epel et al., 2018; O’Donnell et al., 2019; Verschuren et al., 2011).

Slaap en herstel

Experimenteel onderzoek laat zien dat slaapverlies stemming en emotieregulatie nadelig kan beïnvloeden. Slaaptekort is daarmee geen zelfstandige verklaring voor alle overspanning, maar kan wel een bestaande belasting verzwaren en het dagelijkse functioneren onder druk zetten (Palmer et al., 2024).

Regelmatige beweging, voldoende slaap en een voedzaam eetpatroon kunnen de algemene lichamelijke en mentale gezondheid ondersteunen, maar zij nemen een arbeidsconflict, verlieservaring of structurele overbelasting niet weg en vormen geen gegarandeerde preventie of behandeling van overspanning (Firth et al., 2019; Palmer et al., 2024; Singh et al., 2023; Verschuren et al., 2011).

Meer over die bredere basis lees je in Maakt krachttraining je weerbaarder tegen spanning op de werkvloer?, Wat is een goede leefstijl?, het artikel over slaap en herstel en de artikelen binnen Voeding.


Kun je overspanning aan een collega herkennen?

Als collega kun je veranderingen opmerken, maar je ziet slechts een gedeelte van iemands functioneren en omstandigheden. Je weet meestal niet hoe iemand slaapt, wat er privé speelt, welke klachten lichamelijk aanwezig zijn of hoeveel moeite het kost om het zichtbare functioneren vol te houden (O’Donnell et al., 2019; Verschuren et al., 2011).

Signalen zoals irritatie, terugtrekgedrag, minder productiviteit, vermoeidheid of verzuim kunnen bij overspanning passen, maar zijn niet specifiek genoeg om de diagnose vast te stellen. Dezelfde signalen kunnen voorkomen bij depressie, angst, rouw, slaaptekort, lichamelijke ziekte, middelengebruik, een arbeidsconflict of gewone ontevredenheid (Koutsimani et al., 2019; Palmer et al., 2024; Terluin et al., 2006).

Ook een ogenschijnlijke tegenstrijdigheid bewijst weinig. Iemand kan op het werk uitvallen en thuis nog een activiteit uitvoeren, of tijdens een gesprek rustig overkomen terwijl het dagelijks functioneren sterk is verminderd; functioneren is contextafhankelijk en klachten kunnen fluctueren (O’Donnell et al., 2019; Verschuren et al., 2011).

Daarom is de vraag “liegt deze persoon of is hij echt overspannen?” geen vraag die een collega betrouwbaar kan beantwoorden. Een zorgprofessional beoordeelt het patroon van klachten, duur, controleverlies, beperkingen, lichamelijke verklaringen en mogelijke andere psychische aandoeningen (NHG, 2025; Terluin et al., 2006; Verschuren et al., 2011).

Wat een collega wel kan doen, is een concrete verandering benoemen zonder diagnose: “Ik merk dat je de laatste tijd stiller bent en vaker het overzicht kwijt lijkt te zijn; hoe gaat het met je?” Een open, niet-veroordelende benadering sluit aan bij onderzoek waarin sociale steun op het werk samenhangt met gunstigere werk- en gezondheidsuitkomsten (Etuknwa et al., 2019; Mathieu et al., 2019).


Overspanning of werkontevredenheid?

Werkontevredenheid betekent dat iemand zijn werk, omstandigheden, leiding, beloning, taken of ontwikkelingsmogelijkheden negatief beoordeelt. Meta-analytisch onderzoek laat zien dat werktevredenheid samenhangt met psychische gezondheid, maar een samenhang maakt werkontevredenheid nog niet tot een medische diagnose (Faragher et al., 2005).

Iemand kan sterk ontevreden of ongemotiveerd zijn en toch overzicht houden, beslissingen nemen en buiten het werk normaal functioneren. Dat voldoet niet vanzelf aan de criteria voor overspanning, omdat controleverlies en duidelijke functionele beperkingen noodzakelijke onderdelen van die diagnose zijn (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

Werkontevredenheid kan zich vooral rond het werk concentreren: iemand ziet geen betekenis meer in de functie, wil ander werk, voelt zich onvoldoende gewaardeerd of heeft een conflict met de organisatie. Bij overspanning staat niet alleen de waardering van het werk centraal, maar een breder patroon van spanningsklachten, vastlopen en verminderd functioneren (Faragher et al., 2005; Verschuren et al., 2011).

De twee kunnen wel samen voorkomen en elkaar beïnvloeden. Langdurige ontevredenheid, conflicten, gebrek aan rechtvaardigheid of een voortdurende mismatch tussen eisen en hulpbronnen kunnen bijdragen aan psychische belasting, terwijl iemand die al overspannen of depressief is het werk eveneens negatiever kan gaan ervaren (Faragher et al., 2005; Harvey et al., 2017; Van der Molen et al., 2020).

Verminderde motivatie kan bovendien een gevolg zijn van uitputting, depressieve klachten, gebrek aan autonomie, weinig waardering of een bewuste conclusie dat de functie niet meer past. Motivatieverlies alleen vertelt daarom niet wat de onderliggende oorzaak is (Faragher et al., 2005; Koutsimani et al., 2019; Theorell et al., 2015).

Een praktisch onderscheid

Bij voornamelijk werkontevredenheid kan het negatieve gevoel sterk aan de specifieke functie of organisatie gebonden zijn, terwijl controle en functioneren in andere gebieden relatief intact blijven. Bij overspanning is er volgens de richtlijn sprake van meerdere klachten, onvoldoende grip en duidelijk disfunctioneren, maar alleen een professionele beoordeling kan bepalen hoe dit bij één persoon moet worden geïnterpreteerd (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).


Overspanning, depressie of angst?

Overspanning, depressie en angst kunnen klachten delen, waaronder moeheid, slaapproblemen, concentratieproblemen, onrust en verminderd functioneren. Juist door die overlap is een beoordeling op basis van één symptoom of een korte observatie onbetrouwbaar (Koutsimani et al., 2019; Terluin et al., 2006).

Bij een depressieve stoornis staan onder meer een aanhoudend sombere stemming en/of duidelijk verlies van interesse of plezier centraal, in combinatie met andere symptomen en beperkingen. Bij overspanning staat in de Nederlandse definitie vooral het vastlopen onder stressoren, het controleverlies en de daarmee samenhangende distress en beperkingen centraal (NHG, 2025; Terluin et al., 2006; Verschuren et al., 2011).

Angststoornissen worden gekenmerkt door specifieke patronen van buitensporige angst, bezorgdheid, vermijding of paniek, afhankelijk van het type stoornis. Piekeren en een gejaagd gevoel kunnen eveneens bij overspanning voorkomen, zodat de inhoud, duur, triggers en gevolgen van de angst moeten worden onderzocht (NHG, 2025; Terluin et al., 2006).

Internationale aanpassingsstoornis vertoont inhoudelijke overlap met overspanning doordat de klachten aan herkenbare stressoren zijn gekoppeld en leiden tot lijdensdruk of beperkingen. Tegelijk bestaan er verschillen in criteria en is er internationaal nog discussie over afbakening, meting en behandeling van aanpassingsstoornis (O’Donnell et al., 2019).

Een andere aandoening sluit stressoren niet uit. Iemand kan bijvoorbeeld zowel een depressie als ernstige werkproblemen hebben, of angstklachten ontwikkelen in een periode met hoge belasting; de richtlijn verlangt daarom een differentiaaldiagnose in plaats van een eenvoudige keuze op basis van de werkcontext (NHG, 2025; Terluin et al., 2006; Verschuren et al., 2011).

Lichamelijke verklaringen niet vergeten

Moeheid, slaapproblemen, cognitieve klachten en een gejaagd gevoel kunnen ook samenhangen met lichamelijke aandoeningen, medicatie of middelen. Afhankelijk van klachten, duur en medische voorgeschiedenis kan een huisarts beoordelen of aanvullend lichamelijk onderzoek nodig is (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).


Wat is het verschil met burn-out?

In het dagelijks taalgebruik worden stress, overspanning en burn-out vaak door elkaar gebruikt. Wetenschappelijk en klinisch bestaan bovendien verschillende definities van burn-out, waardoor onderzoeksresultaten niet altijd rechtstreeks vergelijkbaar zijn (Koutsimani et al., 2019; Verschuren et al., 2011).

Binnen de Nederlandse eerstelijnsrichtlijn is burn-out een langduriger vorm van overspanning. Er moet sprake zijn van overspanning, de klachten zijn meer dan zes maanden eerder begonnen en gevoelens van moeheid en uitputting staan sterk op de voorgrond (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

In internationale arbeidspsychologische literatuur wordt burn-out vaak beschreven aan de hand van uitputting, mentale afstand of cynisme ten opzichte van het werk en verminderde professionele effectiviteit. Dat concept is niet volledig hetzelfde als de Nederlandse medische criteria en wordt internationaal niet overal als zelfstandige psychische stoornis behandeld (Aronsson et al., 2017; Koutsimani et al., 2019).

Burn-out en depressie hangen sterk samen, maar een systematische review en meta-analyse vond onvoldoende basis om ze als volledig hetzelfde construct te beschouwen. De overlap is groot genoeg om bij ernstige of brede klachten ook depressie en angst zorgvuldig te beoordelen (Koutsimani et al., 2019).

De praktische conclusie is dat langdurig moe zijn op zichzelf nog geen burn-out bewijst. De duur, aard van de klachten, relatie met stressoren, mate van uitputting, controleverlies, functioneren en mogelijke andere verklaringen moeten gezamenlijk worden beoordeeld (NHG, 2025; Koutsimani et al., 2019; Verschuren et al., 2011).


Hoe lang duurt het herstel?

Er bestaat geen vaste hersteltijd die voor iedere persoon geldt. Het beloop hangt onder meer samen met de ernst en duur van de klachten, bijkomende psychische of lichamelijke problemen, voortdurende stressoren, steun, werkomstandigheden en mogelijkheden om stapsgewijs activiteiten te hervatten (Fisker et al., 2022; Verschuren et al., 2011).

De Nederlandse richtlijn beschrijft herstel als een proces met grofweg drie taken: eerst tot rust en begrip komen en weer enige grip ervaren, vervolgens problemen en mogelijke oplossingen in kaart brengen, en daarna oplossingen toepassen en rollen stapsgewijs hervatten. Deze fasen zijn geen strak tijdschema en kunnen elkaar overlappen (Verschuren et al., 2011).

In een Nederlands retrospectief cohort van werknemers met aanpassingsstoornissen bedroeg de mediane tijd tot volledig herstel 195 dagen en was 73% na één jaar volledig hersteld. Deze cijfers komen uit oudere beroepsgezondheidszorg en mogen niet als persoonlijke voorspelling of huidige norm worden gebruikt (Nieuwenhuijsen et al., 2003).

Een systematische review naar terugkeer naar werk bij veelvoorkomende psychische aandoeningen vond dat prognose samenhangt met uiteenlopende persoonlijke, ziekte- en werkfactoren. De heterogeniteit tussen onderzoeken onderstreept dat een gemiddelde weinig zegt over de exacte duur bij één individu (Fisker et al., 2022).

Onderzoek naar Zweedse exhaustion disorder laat bij een deel van de patiënten langdurige restklachten zien, zelfs jaren na behandeling. Dit is een ernstiger en anders gedefinieerd stressgerelateerd beeld dan Nederlandse overspanning, waardoor deze bevindingen vooral laten zien dat ernstige uitputtingsbeelden soms langdurig kunnen zijn en niet rechtstreeks op iedere overspannen werknemer mogen worden toegepast (Glise et al., 2020).

Terugkeer naar werk en volledig klachtenvrij zijn zijn bovendien niet hetzelfde. Een werknemer kan verantwoord gedeeltelijk hervatten terwijl nog klachten bestaan, en iemand kan minder klachten hebben maar nog onzeker zijn over het werk; duurzame terugkeer vraagt daarom aandacht voor zowel herstel als de werksituatie (Brämberg et al., 2024; Etuknwa et al., 2019).

Kan iemand na één of twee weken hersteld zijn?

Een korte periode van rust kan bij gewone tijdelijke overbelasting voldoende zijn, maar wanneer iemand werkelijk aan de richtlijncriteria voor overspanning voldoet, is volledig en duurzaam herstel binnen enkele dagen niet vanzelfsprekend. Tegelijk is een lange afwezigheid geen bewijs dat iemand ernstiger ziek is, omdat herstel en terugkeer mede door werkomstandigheden, zorg, verwachtingen en privébelasting worden beïnvloed (Fisker et al., 2022; Nieuwenhuijsen et al., 2003; Verschuren et al., 2011).

Kan herstel jaren duren?

Bij ernstige of langdurige stressgerelateerde uitputting kunnen klachten jarenlang aanhouden, maar zulke studies betreffen vaak geselecteerde patiënten met een zwaarder beeld dan de gemiddelde persoon met overspanning. Het is daarom correcter te zeggen dat herstel kan variëren van weken tot vele maanden en bij sommige ernstige beelden langer, zonder vooraf een vaste termijn te voorspellen (Glise et al., 2020; Verschuren et al., 2011).


Wat helpt bij herstel?

De basis van herstel bestaat niet uit één wondermiddel, maar uit het verminderen of hanteerbaar maken van relevante stressoren, het terugkrijgen van grip, het herstellen van dagelijkse structuur en het geleidelijk hervatten van activiteiten en rollen (Verschuren et al., 2011).

1. Begrijpen wat er gebeurt

Psycho-educatie kan helpen om klachten, stressoren en herstelreacties begrijpelijk te maken. Binnen de Nederlandse richtlijn is het normaliseren van stressreacties zonder de beperkingen te bagatelliseren een onderdeel van de eerste fase (Verschuren et al., 2011).

2. Herstel én probleemoplossing

Alleen rusten verandert een blijvend arbeidsconflict, onduidelijke taakverdeling, mantelzorgbelasting of financiële zorg niet. De richtlijn legt daarom naast herstel nadruk op het inventariseren van problemen, het kiezen van haalbare oplossingen en het vergroten van controle (Verschuren et al., 2011).

3. Dagstructuur en geleidelijke activiteit

Een herkenbaar dagritme, afwisseling tussen activiteit en herstel en stapsgewijze hervatting kunnen voorkomen dat iemand volledig passief blijft of juist te snel alle verplichtingen hervat. De exacte opbouw moet aansluiten bij klachten, mogelijkheden en professioneel advies (Brämberg et al., 2024; Verschuren et al., 2011).

4. Passende psychologische behandeling

Voor aanpassingsstoornis is het behandelonderzoek beperkter dan voor depressie en angst. Een recente systematische review van gerandomiseerde onderzoeken suggereert dat zowel online als face-to-face cognitieve gedragstherapie klachten kan verminderen, maar de beschikbare studies zijn nog beperkt en de resultaten moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd (Cowansage et al., 2025).

5. Werkgerichte ondersteuning

Een systematische review uit 2024 vond bewijs van lage zekerheid dat werkgerichte cognitieve gedragstherapie en teamgerichte ondersteuning terugkeer naar werk kunnen versnellen ten opzichte van standaardzorg of geen interventie. De lage zekerheid betekent dat toekomstig onderzoek de schatting nog kan veranderen (Brämberg et al., 2024).

Werkgerichte ondersteuning kan bestaan uit het bespreken van belemmeringen, aanpassen van taken of uren, contact tussen werknemer en werk en een stapsgewijze opbouw. Welke aanpassingen passend zijn, hangt af van de persoon, functie en beoordeling door onder meer de bedrijfsarts (Brämberg et al., 2024; Etuknwa et al., 2019).

6. Slaap, beweging en voeding als ondersteunende basis

Slaapverlies kan negatieve emoties en emotieregulatie verslechteren, terwijl beweging gemiddeld gunstige effecten heeft op depressie, angst en psychologische distress. Voedingsinterventies laten gemiddeld kleine gunstige effecten op depressieve klachten zien, maar deze leefstijlfactoren vormen geen vervanging voor het aanpakken van stressoren of passende behandeling (Firth et al., 2019; Palmer et al., 2024; Singh et al., 2023).

Iemand die ernstig uitgeput is hoeft niet direct hard te trainen. Beweging moet passen bij de belastbaarheid, medische situatie en het totale herstelplan; meer inspanning is niet automatisch beter wanneer iemand daarna verder vastloopt (Singh et al., 2023; Verschuren et al., 2011).

Lees voor meer verdieping Maakt krachttraining je weerbaarder tegen spanning op de werkvloer?, Wat is een goede leefstijl?, Waarom slaap belangrijk is voor spiergroei en herstel en de artikelen binnen Voeding.


Wat kunnen collega’s en leidinggevenden doen?

Als collega

Een collega hoeft geen diagnose te stellen of therapeut te worden. Luisteren, een verandering benoemen, belangstelling tonen en iemand niet direct als lui, zwak of oneerlijk bestempelen zijn meer passende reacties dan zelf conclusies trekken over de oorzaak (Etuknwa et al., 2019; Mathieu et al., 2019).

Een bruikbare opening is concreet en niet-diagnostisch: “Ik merk dat je de laatste tijd stiller bent en moeite lijkt te hebben met het overzicht. Hoe gaat het?” Daarmee beschrijf je wat je ziet zonder te zeggen dat iemand overspannen, depressief of ongeschikt is (Gayed et al., 2018).

Respect betekent niet dat je alle taken of problemen structureel moet overnemen. Duidelijke grenzen en een eerlijke taakverdeling blijven belangrijk voor zowel de betrokken werknemer als de rest van het team (Harvey et al., 2017; Van der Molen et al., 2020).

Wanneer iemand persoonlijke informatie deelt, is terughoudendheid met doorvertellen passend. Bij directe zorgen over veiligheid of ernstige ontregeling kan het nodig zijn om hulp van een leidinggevende of bevoegde professional in te schakelen, waarbij de organisatie haar eigen procedures moet volgen (Gayed et al., 2018).

Als leidinggevende

Leidinggevenden kunnen geen medische diagnose stellen, maar hebben wel invloed op duidelijkheid, werkdruk, steun, rechtvaardigheid en mogelijkheden voor aanpassing. Juist deze psychosociale werkfactoren hangen samen met stressgerelateerde psychische problemen en uitputting (Aronsson et al., 2017; Harvey et al., 2017; Van der Molen et al., 2020).

Een systematische review en meta-analyse liet zien dat training van leidinggevenden hun kennis, houding en zelfgerapporteerde ondersteunende gedrag rond mentale gezondheid kan verbeteren. Het bewijs dat zulke training rechtstreeks de klachten van werknemers vermindert was in die review nog beperkt (Gayed et al., 2018).

Een leidinggevende kan vragen wat iemand nodig heeft om veilig en haalbaar te functioneren, onduidelijke prioriteiten verduidelijken, tijdelijke aanpassingen bespreken en de werknemer wijzen op de bedrijfsarts. De bedrijfsarts beoordeelt de relatie tussen gezondheid en werk en kan adviseren over belastbaarheid en werkhervatting (Brämberg et al., 2024; Verschuren et al., 2011).

Alleen zeggen dat iemand “even rust moet nemen” kan onvoldoende zijn wanneer de werkbron onveranderd blijft. Duurzame terugkeer wordt waarschijnlijker wanneer ook werkfactoren, steun, verwachtingen en eventuele aanpassingen worden meegenomen (Brämberg et al., 2024; Etuknwa et al., 2019).


Mijn persoonlijke reflectie

Dit gedeelte beschrijft mijn eigen ervaring en visie. Het is geen wetenschappelijke conclusie en hoeft niet voor iedereen hetzelfde te gelden.

Zelf heb ik, voor zover ik kan beoordelen, nog nooit een periode van overspanning meegemaakt. Ik heb natuurlijk wel momenten gekend waarop ik erg vermoeid was. Dat gebeurde bijvoorbeeld na een zware werkdag, een intensieve training, weinig slaap of een periode waarin ik veel tegelijk deed. Maar meestal was dat een vermoeidheid die ik kon verklaren en waarvan ik na rust of een goede nachtrust weer herstelde.

Soms had ik de volgende dag nog spierpijn of voelde ik dat mijn lichaam zwaar belast was geweest. Toch bleef ik in staat om mijn dagelijkse dingen te doen. Ik kon blijven nadenken, mijn werk uitvoeren, trainen, plannen maken en mijn verantwoordelijkheden overzien. Ik heb nooit ervaren dat ik weken achter elkaar volledig uitgeput was, voortdurend in een slechte stemming verkeerde of het gevoel had dat ik de controle over mijn leven en verplichtingen verloor.

Dat verschil vind ik belangrijk. Vermoeid zijn betekent niet automatisch dat iemand overspannen is. Een zwaar lichaam na inspanning is niet hetzelfde als langdurig niet meer kunnen herstellen. Ook een dag geen motivatie hebben of geïrriteerd zijn op het werk betekent niet direct dat er sprake is van een psychisch probleem.

Juist omdat ik overspanning zelf niet van binnenuit heb meegemaakt, wil ik voorzichtig zijn met mijn oordeel over anderen. Ik weet niet precies wat iemand voelt, welke problemen er thuis spelen, hoe iemand slaapt of hoeveel spanning diegene al langere tijd probeert op te vangen. Wat voor de ene persoon nog beheersbaar is, kan voor een ander op dat moment te veel zijn.

Ik denk wel dat je als collega soms kunt zien dat iemand verandert. Iemand kan stiller worden, sneller geïrriteerd reageren, zich afzonderen of zichtbaar moeite krijgen met taken die eerder vanzelf gingen. Maar dat betekent nog niet dat ik kan vaststellen wat de oorzaak is. Ik ben geen arts, psycholoog of bedrijfsarts.

Mijn rol als collega is daarom niet om te bepalen of iemand “echt” overspannen is. Ik kan wel respectvol vragen hoe het gaat, luisteren zonder direct een oordeel te geven en begrip tonen wanneer iemand duidelijk ergens mee worstelt. Tegelijkertijd hoef ik de problemen van die persoon niet volledig over te nemen. Er is een verschil tussen medeleven tonen en jezelf verantwoordelijk maken voor het herstel van iemand anders.

Wat mij persoonlijk helpt om spanning en vermoeidheid te verwerken, is een combinatie van structuur, krachttraining, bewegen, bewust eten, voldoende rust en het bewaken van mijn eigen grenzen. Dat is mijn ervaring en geen garantie voor iemand anders. Dit artikel is daarom niet bedoeld om mijn manier van leven als universele oplossing neer te zetten, maar om beter te begrijpen waarom sommige mensen op een gegeven moment de grip verliezen en wat er dan nodig kan zijn om te herstellen.


Korte zelfreflectie

Deze vragen zijn bedoeld om je eigen situatie te overdenken en vormen geen gevalideerde test of diagnose.

  1. Herstel je meestal duidelijk na een vrije avond, een goede nacht of een rustig weekend?
  2. Ervaar je al meerdere weken verschillende klachten, zoals slecht slapen, irritatie, piekeren, moeheid of concentratieproblemen?
  3. Heb je nog het gevoel dat je de belangrijkste problemen kunt overzien en aanpakken?
  4. Lukt het nog om je normale rollen op het werk, thuis en sociaal uit te voeren?
  5. Zijn je klachten vooral aan één onprettige werksituatie gebonden, of merk je beperkingen in meerdere delen van je leven?
  6. Welke werk- of privéfactoren blijven de belasting in stand houden?
  7. Welke verantwoordelijkheid draag je die feitelijk niet alleen van jou is?
  8. Met welke professional of vertrouwde persoon kun je de situatie bespreken?

De combinatie van meerdere spanningsklachten, controleverlies en verminderd functioneren is een reden om niet alleen op zelfhulp te vertrouwen en een huisarts of bedrijfsarts te raadplegen (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).


Wanneer professionele hulp verstandig is

Neem contact op met een huisarts wanneer klachten aanhouden, toenemen, het dagelijks functioneren beperken of wanneer er twijfel bestaat over lichamelijke of psychische oorzaken. Een bedrijfsarts is de aangewezen professional voor vragen over belastbaarheid, verzuim, werkaanpassingen en verantwoorde terugkeer naar werk (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

Snelle professionele beoordeling is extra belangrijk bij ernstige somberheid, gedachten aan zelfbeschadiging of suïcide, sterke angst of paniek, verwardheid, middelenproblemen, volledige uitval van functioneren of lichamelijke alarmsymptomen. Deze signalen kunnen wijzen op een ernstiger of ander probleem dan overspanning en vragen om een passende medische beoordeling (NHG, 2025; Terluin et al., 2006).

Een online artikel kan helpen om begrippen te begrijpen, maar kan geen diagnose stellen, geen lichamelijke oorzaken uitsluiten en geen persoonlijk behandel- of re-integratieplan maken (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).


Conclusie

Overspanning is meer dan moeheid, werkstress of tijdelijk geen motivatie hebben. Volgens de Nederlandse richtlijn gaat het om meerdere spanningsklachten in combinatie met controleverlies en duidelijk verminderd functioneren (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

Werk kan een belangrijke bijdrage leveren, vooral wanneer hoge eisen, geringe steun, onduidelijkheid, lage rechtvaardigheid of een slechte verhouding tussen inspanning en beloning langdurig aanwezig zijn. Ook privébelasting, slaaptekort, gezondheid en herstelmogelijkheden maken deel uit van het totale beeld (Harvey et al., 2017; Palmer et al., 2024; Van der Molen et al., 2020).

Een collega kan veranderingen zien en medeleven tonen, maar kan niet betrouwbaar bepalen of iemand werkelijk overspannen is of een andere aandoening heeft. Respectvol vragen, luisteren, grenzen bewaken en zo nodig professionele hulp stimuleren is zorgvuldiger dan diagnosticeren of wantrouwen (Etuknwa et al., 2019; Gayed et al., 2018; Terluin et al., 2006).

Herstel verloopt niet volgens één kalender. Het vraagt doorgaans om een actieve en stapsgewijze combinatie van herstel, grip, probleemoplossing, passende zorg en waar nodig aanpassingen in het werk (Brämberg et al., 2024; Cowansage et al., 2025; Verschuren et al., 2011).

Je hoeft als collega niet te bepalen wat iemand heeft. Je kunt wel menselijk reageren, zorgvuldig luisteren en erkennen dat zichtbaar gedrag nooit het volledige verhaal vertelt.


Deel dit artikel

Ken je iemand die baat heeft bij een zorgvuldige uitleg over overspanning, burn-out en herstel?


Lees ook


Table of contents

  1. In brief
  2. Stress is not automatically overstrain
  3. When do professionals speak of overstrain?
  4. Which symptoms and signs are involved?
  5. What can cause overstrain?
  6. Can you recognize overstrain in a colleague?
  7. Overstrain or job dissatisfaction?
  8. Overstrain, depression or anxiety?
  9. What is the difference from burnout?
  10. How long does recovery take?
  11. What supports recovery?
  12. What can colleagues and managers do?

In brief

Overstrain is a Dutch clinical term for a state in which multiple stress symptoms occur together with loss of control and clearly reduced functioning; fatigue, irritation or job dissatisfaction alone are not sufficient (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

The cause usually cannot be reduced to a single event. Work factors, private-life demands, physical or psychological vulnerability, sleep loss, previous problems and insufficient recovery can accumulate and interact (Harvey et al., 2017; Palmer et al., 2024; Van der Molen et al., 2020; Verschuren et al., 2011).

A colleague may notice changes in behavior or functioning, but cannot reliably conclude from them that someone is overstrained. The same signs can occur with depression, anxiety, sleep disorders, physical illness, grief, substance-related problems or other stress-related complaints (Koutsimani et al., 2019; NHG, 2025; Terluin et al., 2006).

Within the Dutch guideline, burnout is a more prolonged presentation in which the criteria for overstrain are met, the symptoms began more than six months earlier and exhaustion is particularly prominent (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

There is no fixed recovery period. Some people partially resume activities within weeks, while full recovery or sustainable return to work may take months; in more severe stress-related exhaustion conditions, residual symptoms may persist much longer (Brämberg et al., 2024; Glise et al., 2020; Nieuwenhuijsen et al., 2003; Verschuren et al., 2011).

An active, gradual approach that addresses stressors, recovery, functioning and, where necessary, the work situation is more consistent with guidelines and research than simply waiting until every symptom has disappeared (Brämberg et al., 2024; Cowansage et al., 2025; Verschuren et al., 2011).


Stress is not automatically overstrain

Stress is first and foremost an adaptive response to a challenge or threat. A short-term stress response can support alertness and action, after which the body and attention move back toward baseline when adequate recovery is available (Epel et al., 2018; McEwen & Akil, 2020).

A demanding working day, a difficult conversation, a deadline or a hard training session can therefore temporarily cause tension, fatigue or an elevated heart rate without constituting a disorder. The distinction is not based only on the intensity of one moment, but particularly on duration, opportunities for recovery, perceived control and consequences for daily functioning (Epel et al., 2018; Verschuren et al., 2011).

Prolonged, repeated or uncontrollable demands can lead to an increasing physiological and psychological burden. In stress research, this is described in part through allostasis: the body continually adapts to circumstances, but prolonged or insufficiently recovered adaptation may eventually impose costs on several systems (Epel et al., 2018; Goldstein, 2021).

Even prolonged stress is not automatically the same as overstrain. The Dutch diagnosis requires a specific combination of symptoms, loss of control and impaired functioning, which means that one person with substantial stress may continue to function while another becomes stuck under comparable stressors (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

The term overstrain does not have a completely identical international equivalent. It overlaps with the international concept of adjustment disorder, in which emotional or behavioral symptoms arise in response to identifiable stressors and cause significant distress or impairment, but the precise classification and criteria differ between systems (O’Donnell et al., 2019; Verschuren et al., 2011).


When do professionals speak of overstrain?

According to the Dutch guideline, four conditions must be met before overstrain is diagnosed. First, at least three stress symptoms from the guideline list are present; second, the person experiences loss of control or helplessness because their usual ways of coping with the burden are no longer sufficient; third, there are clear limitations in occupational or social functioning; and fourth, the distress, loss of control and impaired functioning are not exclusively a direct consequence of another psychiatric disorder (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

This definition shows why one isolated complaint says little. Someone can sleep poorly without being overstrained, feel irritated by a conflict without losing control or be temporarily less motivated while functioning remains largely intact (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

The criterion of loss of control does not mean that someone literally has no control over anything. It refers to the experience that available problem-solving strategies no longer work adequately and that daily demands can no longer be managed in the usual way (Verschuren et al., 2011).

The criterion of impaired functioning means that symptoms have noticeable consequences for important roles. This may become visible in work, study, household tasks, caring for others or social contact, although the precise form differs between people and situations (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

In Dutch primary care, the Four-Dimensional Symptom Questionnaire may be used to help distinguish general distress, depression, anxiety and somatization. The questionnaire can support assessment, but it does not replace a clinical interview, medical evaluation or differential diagnosis (Terluin et al., 2006; Verschuren et al., 2011).


Which symptoms and signs are involved?

The Dutch criteria list fatigue, disturbed or restless sleep, irritability, reduced tolerance of noise or crowds, emotional instability, rumination, feeling rushed and concentration or memory problems as possible stress symptoms (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

People do not need to have every symptom, and the same symptom can occur in different conditions. Fatigue, for example, may be related to sleep loss, depression, infection, thyroid problems, medication, anemia or other physical and psychological causes, which is why medical assessment may sometimes be needed (NHG, 2025; Terluin et al., 2006).

Sleep loss can itself intensify negative emotions, irritability and difficulties with emotional regulation. It may therefore be both part of the symptom pattern and a factor that further reduces capacity (Palmer et al., 2024).

Concentration problems and forgetfulness are also nonspecific. They can occur with stress, depression, anxiety, insufficient sleep and various physical conditions, so one visible mistake or a period of poorer focus is not evidence of overstrain (Koutsimani et al., 2019; Palmer et al., 2024; Terluin et al., 2006).

A practical distinction is that ordinary fatigue is usually proportional to the exertion and clearly decreases after appropriate rest, whereas overstrain involves several simultaneous symptoms and limitations and the usual recovery and problem-solving capacity proves insufficient (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

Signs that may deserve attention

Changes such as making more mistakes, difficulty maintaining an overview, stronger emotional reactions, withdrawal, more frequent absence or visible difficulty with tasks can be a reason to ask respectfully how someone is doing. These changes are observations rather than a diagnosis, because they may also arise from other work, private-life or health problems (Gayed et al., 2018; Koutsimani et al., 2019; Terluin et al., 2006).

The absence of visible signs does not rule out problems. People differ in how they express, conceal or temporarily compensate for symptoms, and functioning may remain intact in one area of life longer than in another (O’Donnell et al., 2019; Verschuren et al., 2011).


What can cause overstrain?

Overstrain generally does not arise from one universal cause, but from an interaction between demands, meaning, available resources, coping, health and recovery. The Dutch guideline therefore considers not only symptoms, but also work and private stressors, problem-solving capacity, support and circumstances that hinder or support recovery (Verschuren et al., 2011).

A systematic meta-review concluded that high job demands, low decision latitude, low social support, role stress, bullying, job insecurity and an unfavorable effort-reward balance are associated to varying degrees with common mental health problems; the quality and strength of evidence differ between factors (Harvey et al., 2017).

A later systematic review and meta-analysis found elevated risks for stress-related mental disorders particularly in relation to high job demands, an unfavorable effort-reward balance and low organizational justice (Van der Molen et al., 2020).

Organizational justice includes the perceived fairness of decisions, procedures and treatment within an organization. An employee may therefore become burdened not only by the quantity of work, but also by unclear decision-making, unequal expectations or the feeling that effort and appreciation are out of balance (Van der Molen et al., 2020).

Research on depressive symptoms and burnout-like exhaustion likewise shows that high demands, low control, limited support, job insecurity and an unfavorable psychosocial work environment can be relevant risk factors, although observational associations do not prove that one factor causes the condition in every individual (Aronsson et al., 2017; Theorell et al., 2015).

A lack of management may become burdensome when priorities, roles, boundaries and responsibilities remain unclear. Scientific evidence mainly supports the broader importance of role clarity, support, fairness and manageable demands; it cannot predict that every poorly supervised employee will become overstrained (Harvey et al., 2017; Van der Molen et al., 2020).

Private-life circumstances and accumulation

Stress-related symptoms may also arise from relationship problems, loss, illness, caregiving, financial concerns, conflict or several simultaneous changes. Assessment of overstrain therefore examines the total context rather than the workplace alone (O’Donnell et al., 2019; Verschuren et al., 2011).

An individual event does not have to be extreme when several demands accumulate or persist. The risk of becoming stuck is influenced in part by perceived controllability, available support, prior vulnerability and opportunities to solve the problems in practice (Epel et al., 2018; O’Donnell et al., 2019; Verschuren et al., 2011).

Sleep and recovery

Experimental research shows that sleep loss can adversely affect mood and emotional regulation. Sleep deprivation is therefore not a standalone explanation for all overstrain, but it may intensify existing demands and put daily functioning under further pressure (Palmer et al., 2024).

Regular movement, sufficient sleep and a nutritious diet may support general physical and mental health, but they do not remove a workplace conflict, bereavement or structural overload and are not guaranteed prevention or treatment for overstrain (Firth et al., 2019; Palmer et al., 2024; Singh et al., 2023; Verschuren et al., 2011).

Read more about that broader foundation in Can resistance training make you more resilient to strain at work?, What is a healthy lifestyle?, the article on sleep and recovery and the articles in Nutrition.


Can you recognize overstrain in a colleague?

As a colleague, you may notice changes, but you see only part of someone's functioning and circumstances. You usually do not know how they sleep, what is happening privately, which physical symptoms are present or how much effort it takes to maintain their visible functioning (O’Donnell et al., 2019; Verschuren et al., 2011).

Signs such as irritability, withdrawal, lower productivity, fatigue or absence may fit overstrain, but are not specific enough to establish the diagnosis. The same signs can occur with depression, anxiety, grief, sleep loss, physical illness, substance use, a workplace conflict or ordinary dissatisfaction (Koutsimani et al., 2019; Palmer et al., 2024; Terluin et al., 2006).

An apparently contradictory situation proves little as well. Someone may be unable to work yet still perform an activity at home, or may appear calm during a conversation while daily functioning is severely reduced; functioning is context-dependent and symptoms may fluctuate (O’Donnell et al., 2019; Verschuren et al., 2011).

The question “Is this person lying or truly overstrained?” is therefore not one that a colleague can answer reliably. A health professional evaluates the pattern of symptoms, duration, loss of control, limitations, physical explanations and possible other psychological disorders (NHG, 2025; Terluin et al., 2006; Verschuren et al., 2011).

What a colleague can do is describe a concrete change without diagnosing: “I have noticed that you have been quieter lately and seem to be losing the overview more often. How are you doing?” An open, nonjudgmental approach is consistent with research in which workplace social support is associated with more favorable work and health outcomes (Etuknwa et al., 2019; Mathieu et al., 2019).


Overstrain or job dissatisfaction?

Job dissatisfaction means that someone evaluates their work, circumstances, management, pay, tasks or development opportunities negatively. Meta-analytic research shows that job satisfaction is associated with psychological health, but an association does not turn dissatisfaction into a medical diagnosis (Faragher et al., 2005).

Someone may be highly dissatisfied or unmotivated while still retaining overview, making decisions and functioning normally outside work. That does not automatically meet the criteria for overstrain, because loss of control and clear functional limitations are necessary parts of the diagnosis (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

Job dissatisfaction may be concentrated mainly around work: a person no longer sees meaning in the role, wants another job, feels insufficiently valued or has a conflict with the organization. In overstrain, the focus is not merely on how the work is valued, but on a broader pattern of stress symptoms, becoming stuck and reduced functioning (Faragher et al., 2005; Verschuren et al., 2011).

The two may coexist and influence each other. Prolonged dissatisfaction, conflict, low fairness or a persistent mismatch between demands and resources may contribute to psychological strain, while someone who is already overstrained or depressed may also begin to experience work more negatively (Faragher et al., 2005; Harvey et al., 2017; Van der Molen et al., 2020).

Reduced motivation may also be a consequence of exhaustion, depressive symptoms, lack of autonomy, little appreciation or a deliberate conclusion that the role no longer fits. Loss of motivation alone therefore does not reveal the underlying cause (Faragher et al., 2005; Koutsimani et al., 2019; Theorell et al., 2015).

A practical distinction

When job dissatisfaction is the main issue, negative feelings may be strongly tied to the specific role or organization, while control and functioning in other areas remain relatively intact. In overstrain, the guideline requires multiple symptoms, insufficient control and clear impaired functioning, but only a professional assessment can determine how this should be interpreted for one person (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).


Overstrain, depression or anxiety?

Overstrain, depression and anxiety may share symptoms including fatigue, sleep problems, concentration difficulties, restlessness and reduced functioning. Because of this overlap, an assessment based on one symptom or brief observation is unreliable (Koutsimani et al., 2019; Terluin et al., 2006).

In a depressive disorder, a persistent low mood and/or a clear loss of interest or pleasure are central, together with other symptoms and limitations. In the Dutch definition of overstrain, the central pattern is becoming stuck under stressors, loss of control and the associated distress and functional limitations (NHG, 2025; Terluin et al., 2006; Verschuren et al., 2011).

Anxiety disorders are characterized by specific patterns of excessive fear, worry, avoidance or panic, depending on the type of disorder. Rumination and feeling rushed may also occur in overstrain, so the content, duration, triggers and consequences of the anxiety must be examined (NHG, 2025; Terluin et al., 2006).

The international diagnosis of adjustment disorder overlaps with overstrain because symptoms are linked to identifiable stressors and cause distress or impairment. At the same time, criteria differ and international debate continues about the boundaries, measurement and treatment of adjustment disorder (O’Donnell et al., 2019).

The presence of stressors does not exclude another disorder. Someone may, for example, have both depression and serious work problems, or develop anxiety during a period of high demands; the guideline therefore requires differential diagnosis rather than a simple choice based on the work context (NHG, 2025; Terluin et al., 2006; Verschuren et al., 2011).

Do not overlook physical explanations

Fatigue, sleep problems, cognitive symptoms and feeling rushed may also be related to physical illness, medication or substance use. Depending on symptoms, duration and medical history, a general practitioner can assess whether additional physical examination is needed (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).


What is the difference from burnout?

In everyday language, stress, overstrain and burnout are often used interchangeably. Scientific and clinical definitions of burnout also vary, which means that study findings are not always directly comparable (Koutsimani et al., 2019; Verschuren et al., 2011).

Within the Dutch primary-care guideline, burnout is a more prolonged form of overstrain. The criteria for overstrain must be met, symptoms began more than six months earlier and feelings of fatigue and exhaustion are particularly prominent (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

In international occupational-psychology literature, burnout is often described through exhaustion, mental distance or cynicism toward work and reduced professional efficacy. That concept is not completely identical to the Dutch medical criteria and is not treated everywhere internationally as a separate mental disorder (Aronsson et al., 2017; Koutsimani et al., 2019).

Burnout and depression are strongly related, but a systematic review and meta-analysis found insufficient grounds to regard them as exactly the same construct. The overlap is substantial enough that depression and anxiety should also be carefully assessed when symptoms are severe or broad (Koutsimani et al., 2019).

The practical conclusion is that being tired for a long time does not by itself prove burnout. Duration, symptom pattern, relationship with stressors, degree of exhaustion, loss of control, functioning and possible alternative explanations must be evaluated together (NHG, 2025; Koutsimani et al., 2019; Verschuren et al., 2011).


How long does recovery take?

There is no fixed recovery period that applies to everyone. The course is related to factors including the severity and duration of symptoms, coexisting psychological or physical problems, ongoing stressors, support, working conditions and opportunities to resume activities gradually (Fisker et al., 2022; Verschuren et al., 2011).

The Dutch guideline describes recovery as a process involving roughly three tasks: first, becoming calmer, understanding what is happening and regaining some control; second, identifying problems and possible solutions; and third, applying solutions and gradually resuming roles. These phases are not a rigid timetable and may overlap (Verschuren et al., 2011).

In a Dutch retrospective cohort of employees with adjustment disorders, the median time to full recovery was 195 days and 73% had fully recovered after one year. These figures come from older occupational-health care and should not be used as a personal prediction or current norm (Nieuwenhuijsen et al., 2003).

A systematic review of return to work among people with common mental disorders found that prognosis is related to various personal, illness-related and work factors. The heterogeneity between studies underlines that an average says little about the exact duration for one individual (Fisker et al., 2022).

Research on Swedish exhaustion disorder shows persistent residual symptoms in some patients even years after treatment. This is a more severe and differently defined stress-related condition than Dutch overstrain, so these findings mainly show that severe exhaustion conditions can sometimes be long-lasting and should not be applied directly to every overstrained employee (Glise et al., 2020).

Returning to work and being completely symptom-free are not the same thing. An employee may responsibly resume work partially while symptoms remain, and someone may have fewer symptoms but still feel uncertain about work; sustainable return therefore requires attention to both recovery and the work situation (Brämberg et al., 2024; Etuknwa et al., 2019).

Can someone recover after one or two weeks?

A short period of rest may be sufficient for ordinary temporary overload, but when someone genuinely meets the guideline criteria for overstrain, full and sustainable recovery within a few days is not self-evident. At the same time, a long period of absence is not proof that someone is more seriously ill, because recovery and return are also influenced by working conditions, care, expectations and private-life demands (Fisker et al., 2022; Nieuwenhuijsen et al., 2003; Verschuren et al., 2011).

Can recovery take years?

Symptoms can persist for years in severe or prolonged stress-related exhaustion, but such studies often concern selected patients with a more serious presentation than the average person with overstrain. It is therefore more accurate to say that recovery may range from weeks to many months and, in some severe conditions, longer, without predicting a fixed period in advance (Glise et al., 2020; Verschuren et al., 2011).


What supports recovery?

Recovery is not based on one miracle solution, but on reducing or making relevant stressors manageable, regaining control, restoring daily structure and gradually resuming activities and roles (Verschuren et al., 2011).

1. Understanding what is happening

Psychoeducation can help make symptoms, stressors and recovery responses understandable. In the Dutch guideline, normalizing stress responses without minimizing the limitations is part of the first phase (Verschuren et al., 2011).

2. Recovery and problem solving

Rest alone does not change an ongoing workplace conflict, unclear task allocation, caregiving burden or financial concern. The guideline therefore emphasizes not only recovery, but also identifying problems, choosing feasible solutions and increasing control (Verschuren et al., 2011).

3. Daily structure and gradual activity

A recognizable daily rhythm, alternation between activity and recovery and gradual resumption may prevent someone from remaining completely passive or, conversely, resuming every obligation too quickly. The exact progression should match symptoms, abilities and professional advice (Brämberg et al., 2024; Verschuren et al., 2011).

4. Appropriate psychological treatment

Treatment research for adjustment disorder is more limited than for depression and anxiety. A recent systematic review of randomized trials suggests that both online and face-to-face cognitive behavioral therapy may reduce symptoms, but the number of available studies remains limited and findings should be interpreted cautiously (Cowansage et al., 2025).

5. Work-focused support

A 2024 systematic review found low-certainty evidence that work-focused cognitive behavioral therapy and team-based support may speed return to work compared with usual care or no intervention. Low certainty means that future research may change the estimate (Brämberg et al., 2024).

Work-focused support may include discussing barriers, adjusting tasks or hours, maintaining contact between the employee and workplace and using a gradual progression. Appropriate adjustments depend on the person, role and assessment by professionals including the occupational physician (Brämberg et al., 2024; Etuknwa et al., 2019).

6. Sleep, movement and nutrition as a supportive foundation

Sleep loss can worsen negative emotion and emotional regulation, while physical activity has beneficial average effects on depression, anxiety and psychological distress. Dietary interventions show small average benefits for depressive symptoms, but these lifestyle factors are not a substitute for addressing stressors or receiving appropriate treatment (Firth et al., 2019; Palmer et al., 2024; Singh et al., 2023).

Someone who is severely exhausted does not need to begin training hard immediately. Activity should fit the person's capacity, medical situation and overall recovery plan; greater exertion is not automatically better when it causes further deterioration (Singh et al., 2023; Verschuren et al., 2011).

For more detail, read Can resistance training make you more resilient to strain at work?, What is a healthy lifestyle?, Why sleep matters for muscle growth and recovery and the articles in Nutrition.


What can colleagues and managers do?

As a colleague

A colleague does not need to diagnose or become a therapist. Listening, describing a change, showing interest and not immediately labeling someone as lazy, weak or dishonest are more appropriate responses than drawing your own conclusions about the cause (Etuknwa et al., 2019; Mathieu et al., 2019).

A useful opening is concrete and nondiagnostic: “I have noticed that you have been quieter lately and seem to be struggling with the overview. How are you doing?” This describes what you observe without saying that someone is overstrained, depressed or unfit for work (Gayed et al., 2018).

Respect does not mean that you must structurally take over all tasks or problems. Clear boundaries and fair task distribution remain important for both the employee concerned and the rest of the team (Harvey et al., 2017; Van der Molen et al., 2020).

When someone shares personal information, discretion about passing it on is appropriate. If there are immediate concerns about safety or serious disorganization, it may be necessary to involve a manager or qualified professional, following the organization's procedures (Gayed et al., 2018).

As a manager

Managers cannot make a medical diagnosis, but they influence clarity, workload, support, fairness and opportunities for adjustment. These psychosocial work factors are associated with stress-related mental problems and exhaustion (Aronsson et al., 2017; Harvey et al., 2017; Van der Molen et al., 2020).

A systematic review and meta-analysis showed that manager training can improve knowledge, attitudes and self-reported supportive behavior relating to employee mental health. Evidence that such training directly reduces employee symptoms was still limited in that review (Gayed et al., 2018).

A manager can ask what someone needs in order to function safely and feasibly, clarify unclear priorities, discuss temporary adjustments and direct the employee to an occupational physician. The occupational physician assesses the relationship between health and work and can advise on capacity and work resumption (Brämberg et al., 2024; Verschuren et al., 2011).

Simply telling someone to “take some rest” may be insufficient if the source at work remains unchanged. Sustainable return is more likely when work factors, support, expectations and possible adjustments are also considered (Brämberg et al., 2024; Etuknwa et al., 2019).


My personal reflection

This section describes my own experience and perspective. It is not a scientific conclusion and does not have to be the same for everyone.

As far as I can judge, I have never personally experienced a period of overstrain. I have naturally had times when I was very tired. This happened, for example, after a demanding working day, an intense training session, too little sleep or a period in which I was doing many things at once. But it was usually fatigue that I could explain and from which I recovered after rest or a good night's sleep.

Sometimes I still had muscle soreness the next day or could feel that my body had been heavily loaded. Even so, I remained able to do my daily activities. I could continue thinking, doing my job, training, making plans and keeping an overview of my responsibilities. I have never experienced being completely exhausted for weeks, continuously being in a poor mood or feeling that I had lost control over my life and obligations.

I think that distinction matters. Being tired does not automatically mean someone is overstrained. A heavy body after exertion is not the same as being unable to recover for a prolonged period. One day without motivation or being irritated at work also does not immediately mean there is a psychological problem.

Precisely because I have not experienced overstrain from the inside, I want to be careful in judging others. I do not know exactly what someone feels, which problems exist at home, how they sleep or how much strain they have been trying to absorb for a long time. What is still manageable for one person may be too much for another at that moment.

I do think you can sometimes see as a colleague that someone changes. A person may become quieter, react more irritably, withdraw or visibly struggle with tasks that previously came naturally. But that does not mean I can determine the cause. I am not a doctor, psychologist or occupational physician.

My role as a colleague is therefore not to determine whether someone is “really” overstrained. I can ask respectfully how things are going, listen without immediately judging and show understanding when someone is clearly struggling. At the same time, I do not have to take over all of that person's problems. There is a difference between showing compassion and making yourself responsible for someone else's recovery.

What personally helps me process strain and fatigue is a combination of structure, resistance training, movement, conscious eating, sufficient rest and protecting my own boundaries. That is my experience and not a guarantee for someone else. This article is therefore not intended to present my way of living as a universal solution, but to better understand why some people eventually lose their grip and what may then be needed for recovery.


Short self-reflection

These questions are intended to help you consider your own situation and are not a validated test or diagnosis.

  1. Do you usually recover clearly after a free evening, a good night's sleep or a quiet weekend?
  2. Have you experienced several symptoms for multiple weeks, such as poor sleep, irritation, rumination, fatigue or concentration problems?
  3. Do you still feel able to understand and address the most important problems?
  4. Can you still perform your normal roles at work, at home and socially?
  5. Are your symptoms mainly tied to one unpleasant work situation, or do you notice limitations in several areas of life?
  6. Which work or private-life factors continue to maintain the burden?
  7. Which responsibility are you carrying that does not in fact belong to you alone?
  8. Which professional or trusted person could you discuss the situation with?

The combination of several stress symptoms, loss of control and reduced functioning is a reason not to rely only on self-help and to consult a general practitioner or occupational physician (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).


When professional support is advisable

Contact a general practitioner when symptoms persist, increase, limit daily functioning or when there is uncertainty about physical or psychological causes. An occupational physician is the appropriate professional for questions about capacity, sickness absence, workplace adjustments and responsible return to work (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

Prompt professional assessment is especially important in the presence of severe low mood, thoughts of self-harm or suicide, severe anxiety or panic, confusion, substance-related problems, complete loss of functioning or physical warning signs. These signs may indicate a more serious or different problem than overstrain and require appropriate medical assessment (NHG, 2025; Terluin et al., 2006).

An online article can help explain concepts, but it cannot diagnose, exclude physical causes or create a personal treatment or reintegration plan (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).


Conclusion

Overstrain is more than fatigue, work stress or temporarily lacking motivation. According to the Dutch guideline, it involves several stress symptoms combined with loss of control and clearly reduced functioning (NHG, 2025; Verschuren et al., 2011).

Work may contribute substantially, particularly when high demands, limited support, ambiguity, low fairness or a poor effort-reward balance persist. Private-life demands, sleep loss, health and recovery opportunities are also part of the overall picture (Harvey et al., 2017; Palmer et al., 2024; Van der Molen et al., 2020).

A colleague may notice changes and show compassion, but cannot reliably determine whether someone is truly overstrained or has another condition. Asking respectfully, listening, maintaining boundaries and encouraging professional support when needed are more careful than diagnosing or distrusting the person (Etuknwa et al., 2019; Gayed et al., 2018; Terluin et al., 2006).

Recovery does not follow one calendar. It generally requires an active and gradual combination of recovery, regaining control, problem solving, appropriate care and, where needed, workplace adjustments (Brämberg et al., 2024; Cowansage et al., 2025; Verschuren et al., 2011).

As a colleague, you do not have to determine what someone has. You can respond humanely, listen carefully and recognize that visible behavior never tells the entire story.


Share this article

Know someone who could benefit from a careful explanation of overstrain, burnout and recovery?


Wetenschappelijke bronnenScientific sources

  1. Aronsson, G., Theorell, T., Grape, T., Hammarström, A., Hogstedt, C., Marteinsdottir, I., Skoog, I., Träskman-Bendz, L., & Hall, C. (2017). A systematic review including meta-analysis of work environment and burnout symptoms. BMC Public Health, 17, Article 264. Open source
  2. Brämberg, E. B., Åhsberg, E., Fahlström, G., Furberg, E., Gornitzki, C., Ringborg, A., & Skogman Thoursie, P. (2024). Effects of work-directed interventions on return-to-work in people on sick-leave for common mental disorders: A systematic review. International Archives of Occupational and Environmental Health, 97(6), 597–619. Open source
  3. Cowansage, K. P., Milligan, T., Morgan, M. A., Boyd, C., Bellanti, D. M., Nair, R., Shank, L. M., Smolenski, D., Evatt, D. P., & Kelber, M. S. (2025). Treatments for adjustment disorder: A systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Psychiatry Research, 353, Article 116739. Open source
  4. Epel, E. S., Crosswell, A. D., Mayer, S. E., Prather, A. A., Slavich, G. M., Puterman, E., & Mendes, W. B. (2018). More than a feeling: A unified view of stress measurement for population science. Frontiers in Neuroendocrinology, 49, 146–169. Open source
  5. Etuknwa, A., Daniels, K., & Eib, C. (2019). Sustainable return to work: A systematic review focusing on personal and social factors. Journal of Occupational Rehabilitation, 29(4), 679–700. Open source
  6. Faragher, E. B., Cass, M., & Cooper, C. L. (2005). The relationship between job satisfaction and health: A meta-analysis. Occupational and Environmental Medicine, 62(2), 105–112. Open source
  7. Firth, J., Marx, W., Dash, S., Carney, R., Teasdale, S. B., Solmi, M., Stubbs, B., Schuch, F. B., Carvalho, A. F., Jacka, F., & Sarris, J. (2019). The effects of dietary improvement on symptoms of depression and anxiety: A meta-analysis of randomized controlled trials. Psychosomatic Medicine, 81(3), 265–280. Open source
  8. Fisker, J., Hjorthøj, C., Hellström, L., Mundy, S. S., Rosenberg, N. G., & Eplov, L. F. (2022). Predictors of return to work for people on sick leave with common mental disorders: A systematic review and meta-analysis. International Archives of Occupational and Environmental Health, 95(7), 1429–1441. Open source
  9. Gayed, A., Milligan-Saville, J. S., Nicholas, J., Bryan, B. T., LaMontagne, A. D., Milner, A., Madan, I., Calvo, R. A., Christensen, H., Mykletun, A., Glozier, N., & Harvey, S. B. (2018). Effectiveness of training workplace managers to understand and support the mental health needs of employees: A systematic review and meta-analysis. Occupational and Environmental Medicine, 75(6), 462–470. Open source
  10. Glise, K., Wiegner, L., & Jonsdottir, I. H. (2020). Long-term follow-up of residual symptoms in patients treated for stress-related exhaustion. BMC Psychology, 8, Article 26. Open source
  11. Goldstein, D. S. (2021). Stress and the “extended” autonomic system. Autonomic Neuroscience, 236, Article 102889. Open source
  12. Harvey, S. B., Modini, M., Joyce, S., Milligan-Saville, J. S., Tan, L., Mykletun, A., Bryant, R. A., Christensen, H., & Mitchell, P. B. (2017). Can work make you mentally ill? A systematic meta-review of work-related risk factors for common mental health problems. Occupational and Environmental Medicine, 74(4), 301–310. Open source
  13. Koutsimani, P., Montgomery, A., & Georganta, K. (2019). The relationship between burnout, depression, and anxiety: A systematic review and meta-analysis. Frontiers in Psychology, 10, Article 284. Open source
  14. Mathieu, M., Eschleman, K. J., & Cheng, D. (2019). Meta-analytic and multiwave comparison of emotional support and instrumental support in the workplace. Journal of Occupational Health Psychology, 24(3), 387–409. Open source
  15. McEwen, B. S., & Akil, H. (2020). Revisiting the stress concept: Implications for affective disorders. Journal of Neuroscience, 40(1), 12–21. Open source
  16. Nederlands Huisartsen Genootschap. (2025). NHG-Standaard Overspanning en burn-out. Open source
  17. Nieuwenhuijsen, K., Verbeek, J. H. A. M., Siemerink, J. C. M. J., & Tummers-Nijsen, D. (2003). Quality of rehabilitation among workers with adjustment disorders according to practice guidelines: A retrospective cohort study. Occupational and Environmental Medicine, 60(Suppl. 1), i21–i25. Open source
  18. O’Donnell, M. L., Agathos, J. A., Metcalf, O., Gibson, K., & Lau, W. (2019). Adjustment disorder: Current developments and future directions. International Journal of Environmental Research and Public Health, 16(14), Article 2537. Open source
  19. Palmer, C. A., Bower, J. L., Cho, K. W., Clementi, M. A., Lau, S., Oosterhoff, B., & Alfano, C. A. (2024). Sleep loss and emotion: A systematic review and meta-analysis of over fifty years of experimental research. Psychological Bulletin, 150(4), 440–463. Open source
  20. Singh, B., Olds, T., Curtis, R., Dumuid, D., Virgara, R., Watson, A., Szeto, K., O’Connor, E., Ferguson, T., Eglitis, E., Miatke, A., Simpson, C. E. M., & Maher, C. (2023). Effectiveness of physical activity interventions for improving depression, anxiety and distress: An overview of systematic reviews. British Journal of Sports Medicine, 57(18), 1203–1209. Open source
  21. Terluin, B., van Marwijk, H. W. J., Adèr, H. J., de Vet, H. C. W., Penninx, B. W. J. H., Hermens, M. L. M., van Boeijen, C. A., van Balkom, A. J. L. M., van der Klink, J. J. L., & Stalman, W. A. B. (2006). The Four-Dimensional Symptom Questionnaire (4DSQ): A validation study of a multidimensional self-report questionnaire to assess distress, depression, anxiety and somatization. BMC Psychiatry, 6, Article 34. Open source
  22. Theorell, T., Hammarström, A., Aronsson, G., Träskman Bendz, L., Grape, T., Hogstedt, C., Marteinsdottir, I., Skoog, I., & Hall, C. (2015). A systematic review including meta-analysis of work environment and depressive symptoms. BMC Public Health, 15, Article 738. Open source
  23. Van der Molen, H. F., Nieuwenhuijsen, K., Frings-Dresen, M. H. W., & de Groene, G. (2020). Work-related psychosocial risk factors for stress-related mental disorders: An updated systematic review and meta-analysis. BMJ Open, 10(7), e034849. Open source
  24. Verschuren, C. M., Terluin, B., Loo, M. A. J. M., Bastiaanssen, M. H. H., Vriezen, J. A., & Van der Klink, J. J. L. (2011). Eén lijn in de eerste lijn bij overspanning en burn-out: Multidisciplinaire richtlijn overspanning en burn-out voor eerstelijns professionals. LVE, NHG & NVAB. Open source