Sommige mensen raken overspannen terwijl hun werk van buitenaf niet uitzonderlijk zwaar lijkt. Er is misschien geen leidinggevende die voortdurend druk zet en er lijken geen extreme deadlines te bestaan. Toch kunnen irritatie, vermoeidheid, piekeren, concentratieproblemen en uiteindelijk uitval langzaam ontstaan.

Wat verstaan we eigenlijk onder werkdruk? Waarom raakt de ene persoon sneller overbelast dan de andere? Welke invloed hebben slaap, beweging, roken, alcohol, voeding en sociale verplichtingen? En kan krachttraining je daadwerkelijk weerbaarder maken tegen spanning op de werkvloer?

Het wetenschappelijke antwoord is genuanceerd. Een gezonde leefstijl kan de lichamelijke en mentale draagkracht ondersteunen. Vooral voor beweging en krachttraining bestaat redelijk overtuigend bewijs voor gunstige effecten op depressieve klachten, angst en algemene psychologische spanning. Het directe bewijs dat krachttraining specifiek werkstress of overspanning voorkomt, is echter minder sterk.

Werk aan de bron van de spanning én versterk de basis waarmee je die spanning verwerkt.

Some people become overwhelmed even though their work does not appear exceptionally demanding from the outside. There may be no manager applying constant pressure and no extreme deadlines, yet irritation, fatigue, rumination, concentration problems and eventually sickness absence can gradually develop.

What exactly is work pressure? Why does one person become overloaded sooner than another? How do sleep, movement, smoking, alcohol, nutrition and social obligations matter? And can resistance training genuinely make someone more resilient to strain at work?

The scientific answer is nuanced. A healthy lifestyle can support physical and mental capacity. Evidence is reasonably convincing that movement and resistance training benefit depressive symptoms, anxiety and general psychological distress. Direct evidence that resistance training specifically prevents occupational stress or overload is less conclusive.

Address the source of the strain and strengthen the foundation with which you process it.

In het kortIn brief

  • Werkdruk ontstaat niet alleen door veel taken of een hoog werktempo.
  • Ook onduidelijkheid, gebrekkige leiding, ervaren oneerlijkheid en te veel verantwoordelijkheid kunnen spanning veroorzaken.
  • Slaap, beweging, roken, alcohol, voeding en herstel beïnvloeden hoeveel belasting iemand kan verwerken.
  • Krachttraining kan depressieve en angstige klachten verminderen en mogelijk de algemene stressregulatie ondersteunen.
  • Het directe bewijs dat krachttraining specifiek werkstress of overspanning voorkomt, is minder sterk en niet volledig eenduidig.
  • Een gezonde leefstijl is geen vervanging voor gezonde arbeidsomstandigheden of professionele hulp.
  • Work pressure is not caused only by a large workload or a fast pace.
  • Unclear roles, weak leadership, perceived unfairness and excessive responsibility can also create prolonged strain.
  • Sleep, movement, smoking, alcohol, nutrition and recovery influence how much strain a person can process.
  • Resistance training can reduce depressive and anxiety symptoms and may support general stress regulation.
  • Direct evidence that resistance training specifically prevents occupational stress or burnout is less conclusive.
  • A healthy lifestyle is not a substitute for healthy working conditions or professional support.

Werkdruk is meer dan alleen veel werkWork pressure is more than simply having too much work

Wanneer mensen aan werkdruk denken, zien zij vaak een leidinggevende voor zich die voortdurend haast maakt, onrealistische deadlines oplegt en werknemers dwingt om steeds sneller te werken. Dat is één vorm van werkdruk, maar psychische belasting kan ook ontstaan op een werkplek die juist vrij en ongestructureerd lijkt.

Systematische reviews wijzen verschillende psychosociale arbeidsfactoren aan die samenhangen met psychische klachten. Het gaat onder andere om hoge taakeisen, weinig invloed, onvoldoende steun, conflicten, een slechte verhouding tussen inspanning en beloning, geringe organisatorische rechtvaardigheid en onduidelijke rollen. Vooral hoge taakeisen, ervaren onrechtvaardigheid en een ongunstige verhouding tussen inzet en beloning worden regelmatig in verband gebracht met stressgerelateerde klachten en depressieve symptomen (Harvey et al., 2017; Mikkelsen et al., 2021; Van der Molen et al., 2020).

Er kan dus spanning ontstaan wanneer iemand voortdurend fouten van anderen moet herstellen, niet weet wat prioriteit heeft, zich verantwoordelijk voelt voor de hele planning of ziet dat collega’s afhaken zonder dat iemand hen aanspreekt. De werkdag hoeft niet voortdurend hectisch te zijn. De mentale belasting kan vooral bestaan uit onzekerheid, frustratie en machteloosheid.

When people think about work pressure, they often imagine a manager constantly demanding greater speed and imposing unrealistic deadlines. That is one form of pressure, but psychological strain can also develop in a workplace that appears relatively free and unstructured.

Systematic reviews identify several psychosocial work factors associated with mental health problems, including high job demands, low control, inadequate support, conflict, effort–reward imbalance, low organisational justice and unclear roles. High demands, perceived unfairness and an unfavourable balance between effort and reward are repeatedly associated with stress-related disorders and depressive symptoms (Harvey et al., 2017; Mikkelsen et al., 2021; Van der Molen et al., 2020).

Strain can therefore develop when someone repeatedly repairs other people’s mistakes, does not know which task has priority, feels responsible for the entire schedule or sees colleagues disengage without being addressed. The day does not have to look hectic. The burden may consist mainly of uncertainty, frustration and a lack of control.

Vrijheid zonder duidelijke kadersFreedom without clear boundaries

Autonomie is meestal positief. Mensen functioneren vaak beter wanneer zij voldoende ruimte krijgen om hun werkzaamheden zelfstandig uit te voeren. Autonomie is echter iets anders dan afwezigheid van leiding.

Werkelijke autonomie betekent dat je weet welk resultaat wordt verwacht, welke taken prioriteit hebben, waar jouw verantwoordelijkheid begint en eindigt en bij wie je terechtkunt wanneer iets misgaat. Wanneer die kaders ontbreken, kan vrijheid veranderen in: zoek het onderling maar uit.

De ene werknemer vult het ontbrekende leiderschap zelf in en trekt steeds meer verantwoordelijkheid naar zich toe. Een andere werknemer merkt dat niemand controleert wat er gebeurt en gaat juist minder doen. Daartussen kan ervaren oneerlijkheid ontstaan. De werknemer die veel draagt, raakt geïrriteerd doordat anderen minder lijken te doen. De werknemer die afhaakt, voelt mogelijk weinig richting of betrokkenheid.

Onderzoek onder jonge werknemers laat eveneens zien dat steun, kwaliteit van leiding, invloed, zekerheid en sociale verhoudingen samenhangen met mentale gezondheid (Van Veen et al., 2023).

Autonomy is generally beneficial. People often function better when they have sufficient freedom to organise and perform their work. However, autonomy is not the same as an absence of leadership.

Real autonomy means knowing what outcome is expected, which tasks have priority, where your responsibility begins and ends, and whom to approach when something goes wrong. Without these boundaries, freedom can become: sort it out among yourselves.

One employee may compensate for missing leadership by taking on more and more responsibility. Another may notice that nobody monitors performance and gradually do less. Perceived unfairness can then grow between them. The highly committed employee becomes frustrated, while the disengaged employee may feel little direction or connection.

Research among young workers likewise links support, leadership quality, influence, security and social relationships at work with mental health (Van Veen et al., 2023).

Draaglast en draagkrachtDemands and capacity

DraaglastDemands

  • Werkverantwoordelijkheden en onduidelijkheid
  • Conflicten en irritaties
  • Financiële of relationele zorgen
  • Mantelzorg en sociale verplichtingen
  • Lichamelijke klachten en slaaptekort
  • Voortdurend beschikbaar zijn voor anderen
  • Responsibilities and unclear expectations
  • Conflict and irritation
  • Financial or relationship concerns
  • Caregiving and social obligations
  • Physical symptoms and sleep loss
  • Being constantly available to others

DraagkrachtCapacity

  • Voldoende slaap en herstel
  • Lichamelijke gezondheid, conditie en kracht
  • Duidelijke grenzen en verantwoordelijkheden
  • Sociale steun en vertrouwen in eigen kunnen
  • Invloed, voorspelbaarheid en veiligheid
  • Toegang tot passende professionele hulp
  • Adequate sleep and recovery
  • Physical health, fitness and strength
  • Clear boundaries and responsibilities
  • Social support and self-efficacy
  • Control, predictability and safety
  • Access to appropriate professional help

Draaglast en draagkracht zijn geen exact berekenbare getallen. Het model helpt vooral begrijpen waarom twee mensen in dezelfde functie verschillend kunnen reageren. De ene persoon slaapt goed, heeft thuis rust en kan het werk gemakkelijk loslaten. De ander combineert hetzelfde werk met privézorgen, lichamelijke klachten en een sterk verantwoordelijkheidsgevoel.

Wanneer de totale belasting langdurig groter is dan de mogelijkheid om te herstellen, kan iemand steeds vermoeider, emotioneler en minder geconcentreerd raken. Dat gebeurt vaak geleidelijk: eerst irritatie, vervolgens piekeren en slecht slapen, daarna minder energie en uiteindelijk problemen met functioneren.

Demands and capacity cannot be calculated precisely. The model mainly explains why two people in the same job can respond differently. One sleeps well, has a calm home environment and leaves work behind easily. Another combines the same job with personal concerns, physical symptoms and a strong sense of responsibility.

When total demands remain greater than recovery capacity for a prolonged period, fatigue, emotional reactivity and concentration problems can gradually increase. It often begins with irritation, followed by rumination and poor sleep, declining energy and eventually impaired functioning.

Welke invloed heeft leefstijl?How does lifestyle matter?

Leefstijl is nooit de enige verklaring voor mentale gezondheid. Genetische aanleg, karakter, sociale omstandigheden, ziekte, eerdere ervaringen, financiële zekerheid en de werkomgeving spelen allemaal een rol. Toch beïnvloedt leefstijl hoeveel energie iemand beschikbaar heeft en hoe goed lichaam en brein van belasting herstellen.

De relatie werkt vaak in twee richtingen. Langdurige spanning kan ertoe leiden dat iemand slechter slaapt, minder beweegt, meer rookt, vaker alcohol gebruikt en minder energie heeft om gezonde keuzes te maken. Die veranderingen kunnen het herstel vervolgens verder verminderen. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.

Lifestyle is never the only explanation for mental health. Genetics, personality, social conditions, illness, previous experiences, financial security and the work environment all matter. Nevertheless, lifestyle influences how much energy is available and how effectively the body and brain recover from strain.

The relationship often works in both directions. Prolonged stress can lead to worse sleep, less movement, more smoking or alcohol use and less energy for healthy decisions. These changes may then further reduce recovery capacity, creating a vicious cycle.

Slaap en emotionele regulatieSleep and emotional regulation

Slaap is waarschijnlijk een van de belangrijkste dagelijkse factoren voor het omgaan met spanning. Een grote meta-analyse van meer dan vijftig jaar experimenteel onderzoek vond dat slaapverlies positieve emoties vermindert en onder andere angstgevoelens verhoogt (Palmer et al., 2024). Een eerdere verzameling van drie meta-analyses vond eveneens negatieve gevolgen voor stemming en emotieregulatie (Tomaso et al., 2021).

Op de werkvloer kan onvoldoende slaap zichtbaar worden als sneller geïrriteerd raken, minder geduld, langer piekeren, impulsiever reageren en meer moeite hebben met concentreren. Slaaptekort veroorzaakt niet automatisch een conflict, maar het kan wel beïnvloeden hoe iemand een situatie interpreteert en erop reageert.

Sleep is probably one of the most important daily factors in coping with strain. A large meta-analysis covering more than fifty years of experimental research found that sleep loss reduces positive affect and increases outcomes including anxiety (Palmer et al., 2024). An earlier set of three meta-analyses likewise found adverse effects on mood and emotion regulation (Tomaso et al., 2021).

At work, inadequate sleep may appear as irritability, reduced patience, prolonged rumination, impulsive responses and poorer concentration. Sleep loss does not automatically cause conflict, but it can influence how situations are interpreted and handled.

Beweging en lichamelijke inactiviteitMovement and physical inactivity

Lichamelijke activiteit hangt gemiddeld samen met een gunstiger mentale gezondheid. Een meta-analyse van vijftien prospectieve onderzoeken met meer dan 190.000 deelnemers vond dat zelfs hoeveelheden beweging onder de algemene richtlijnen samenhingen met een lager risico op toekomstige depressie (Pearce et al., 2022). Een andere meta-analyse van prospectieve cohorten vond vergelijkbare aanwijzingen (Schuch et al., 2018).

Observationele onderzoeken bewijzen niet dat beweging het volledige verschil veroorzaakt. Mensen die regelmatig bewegen kunnen ook op andere gebieden gezonder zijn of al een betere mentale gezondheid hebben. De verbanden worden echter ondersteund door interventiestudies. Een overzicht van 97 systematische reviews concludeerde dat fysieke activiteit depressieve klachten, angst en psychologische spanning kan verminderen, al verschilde de methodologische kwaliteit van de onderliggende studies (Singh et al., 2023).

Physical activity is generally associated with better mental health. A meta-analysis of fifteen prospective studies including more than 190,000 participants found that even activity levels below general recommendations were associated with a lower future risk of depression (Pearce et al., 2022). Another prospective meta-analysis reported similar findings (Schuch et al., 2018).

Observational studies do not prove that activity causes the entire difference. Active people may also have other advantages or better mental health at baseline. However, intervention research supports the association. An overview of 97 systematic reviews concluded that physical activity can reduce depression, anxiety and psychological distress, although the methodological quality of the underlying evidence varied (Singh et al., 2023).

Roken, alcohol en voedingSmoking, alcohol and nutrition

RokenSmoking

Een sigaret kan tijdelijk als een rustmoment voelen, maar een deel van dat effect bestaat uit het verminderen van nicotineontwenning. Een Cochrane-review vond geen aanwijzingen dat stoppen met roken de mentale gezondheid gemiddeld verslechtert. Stoppen hing juist samen met kleine tot matige verbeteringen in depressieve klachten, angst, stress en psychologische kwaliteit van leven (Taylor et al., 2021).

A cigarette can feel like a brief moment of relief, but part of this effect reflects the reduction of nicotine withdrawal. A Cochrane review found no average deterioration in mental health after quitting. Cessation was instead associated with small to moderate improvements in depression, anxiety, stress and psychological quality of life (Taylor et al., 2021).

AlcoholAlcohol

Alcohol kan iemand tijdelijk minder gespannen laten voelen, maar kan slaap en lichamelijk herstel verstoren. Het risico wordt vooral groter wanneer drinken de belangrijkste manier wordt om na een werkdag emoties te onderdrukken of tot rust te komen.

Alcohol may temporarily reduce tension, but it can impair sleep and physical recovery. Risk becomes particularly relevant when drinking becomes the main method of suppressing emotions or unwinding after work.

VoedingNutrition

Een meta-analyse van gerandomiseerde onderzoeken vond dat voedingsinterventies depressieve symptomen gemiddeld enigszins konden verminderen; voor angst waren de resultaten minder duidelijk (Firth et al., 2019). Voeding is geen zelfstandige behandeling tegen werkstress, maar ondersteunt energie, training, herstel en algemene gezondheid.

A meta-analysis of randomised trials found that dietary interventions produced a modest average reduction in depressive symptoms, while results for anxiety were less clear (Firth et al., 2019). Nutrition is not a standalone treatment for occupational stress, but it supports energy, training, recovery and general health.

Lichaamsgewicht is geen diagnose. Overgewicht kan samengaan met lichamelijke belasting, slechtere slaap en gezondheidsproblemen, maar vanuit iemands uiterlijk kun je niet vaststellen waarom die persoon overspannen is of hoeveel mentale kracht hij bezit.
Body weight is not a diagnosis. Higher body weight may coexist with physical burden, poorer sleep and health conditions, but appearance cannot reveal why someone is overwhelmed or how mentally resilient that person is.

Wat zegt de wetenschap over krachttraining?What does science say about resistance training?

Depressieve klachten

Een invloedrijke meta-analyse combineerde 33 gerandomiseerde onderzoeken met in totaal 1.877 deelnemers. Krachttraining verminderde depressieve symptomen gemiddeld significant, met een middelgroot effect. De voordelen werden gevonden bij gezonde volwassenen en bij mensen met lichamelijke of psychische aandoeningen (Gordon et al., 2018).

Deelnemers hoefden niet eerst aantoonbaar veel sterker te worden om psychologisch voordeel te ervaren. Tegelijk verschilden de studies in deelnemers, programma’s en kwaliteit, en waren de effecten in strengere studies kleiner. De juiste conclusie is daarom dat krachttraining gemiddeld een zinvolle ondersteunende interventie kan zijn, niet dat iedereen hetzelfde resultaat ervaart.

Een netwerkmeta-analyse uit 2024 onderzocht 218 studies met meer dan 14.000 deelnemers met depressie. Verschillende bewegingsvormen, waaronder wandelen, hardlopen, yoga en krachttraining, verminderden gemiddeld depressieve symptomen. Voor veel vergelijkingen bleef de zekerheid van het bewijs beperkt (Noetel et al., 2024).

Angstgevoelens

Een meta-analyse van zestien artikelen met 922 deelnemers vond een klein maar significant gemiddeld effect van krachttraining op angstklachten (Gordon et al., 2017). Een klein gemiddeld effect kan voor een individu nog steeds relevant zijn, maar sommige mensen ervaren veel verbetering en anderen nauwelijks.

Een recente interventiestudie

In een gerandomiseerd onderzoek uit 2023 volgden jongvolwassenen acht weken lang tweemaal per week een begeleid krachttrainingsprogramma. De krachttrainingsgroep liet duidelijke verbeteringen in depressieve symptomen zien (O’Sullivan et al., 2023). De studie was relatief klein en kan niet zonder meer naar iedere werknemer worden vertaald.

Depressive symptoms

An influential meta-analysis combined 33 randomised trials with 1,877 participants. Resistance training significantly reduced depressive symptoms on average, with a moderate effect. Benefits were observed in healthy adults and in people with physical or mental health conditions (Gordon et al., 2018).

Participants did not have to demonstrate large strength gains before experiencing psychological benefit. However, studies differed in populations, programmes and quality, and more rigorous trials reported smaller effects. The responsible conclusion is that resistance training can be a meaningful supportive intervention on average, not that everyone responds equally.

A 2024 network meta-analysis included 218 studies and more than 14,000 participants with depression. Several exercise modes, including walking, running, yoga and resistance training, reduced symptoms on average, although confidence in many comparisons remained limited (Noetel et al., 2024).

Anxiety symptoms

A meta-analysis of sixteen articles involving 922 participants found a small but significant average effect of resistance training on anxiety symptoms (Gordon et al., 2017). A small mean effect can still be meaningful to an individual, although responses vary considerably.

A recent intervention study

In a 2023 randomised trial, young adults completed supervised resistance training twice weekly for eight weeks. The training group showed clear improvements in depressive symptoms (O’Sullivan et al., 2023). The study was relatively small and cannot automatically be generalised to every worker.

Hoe zou krachttraining kunnen helpen?How might resistance training help?

Loskomen van het werkDetachment from work

Tijdens een training verschuift de aandacht naar houding, ademhaling, techniek en herhalingen. Dat kan tijdelijk afstand creëren van werkgerelateerd piekeren.

Training shifts attention towards posture, breathing, technique and repetitions, creating temporary distance from work-related rumination.

Structuur en routineStructure and routine

Een vast trainingsmoment kan een overgang vormen tussen werk en vrije tijd en geeft de week een herkenbaar ritme.

A regular training session can mark the transition from work to personal time and provide a stable weekly rhythm.

Ervaren competentieCompetence and self-efficacy

Een technisch betere herhaling of een kleine progressie laat concreet zien dat inspanning tot ontwikkeling kan leiden.

A technically better repetition or a small progression provides concrete evidence that effort can lead to development.

StressfysiologieStress physiology

Onderzoek suggereert dat fysieke activiteit bepaalde bloeddruk- en cortisolreacties op acute stress kan beïnvloeden, al zijn de resultaten niet op alle uitkomsten consistent (Mücke et al., 2018; Morava et al., 2024; Mariano et al., 2022).

Research suggests that physical activity may influence some blood-pressure and cortisol responses to acute stress, although findings are not consistent across all outcomes (Mücke et al., 2018; Morava et al., 2024; Mariano et al., 2022).

Een review en meta-analyse vond daarnaast kleine gemiddelde verbeteringen in slaapkwaliteit en cortisol na bewegingsinterventies, maar de onderzochte groepen waren niet volledig representatief voor de algemene beroepsbevolking (De Nys et al., 2022). Krachttraining kan herstel ondersteunen, maar slaap blijft ook afhankelijk van onder andere ploegendiensten, cafeïne, alcohol, trainingstijdstip en piekeren.

A review and meta-analysis also reported small average improvements in sleep quality and cortisol after physical-activity interventions, although the populations were not fully representative of the general workforce (De Nys et al., 2022). Resistance training may support recovery, but sleep remains influenced by shift work, caffeine, alcohol, training timing and rumination.

Voorkomt krachttraining specifiek werkstress?Does resistance training specifically prevent occupational stress?

Hier moet de conclusie voorzichtiger worden. Veel krachttrainingsonderzoek meet depressieve klachten, angst, algemene psychologische spanning of kwaliteit van leven. Dat zijn belangrijke uitkomsten, maar ze zijn niet hetzelfde als werkstress.

Een review uit 2025 bundelde tien onderzoeken naar fysieke-activiteitsinterventies en werkgerelateerde stress. Het gemiddelde effect was klein en statistisch niet overtuigend, terwijl de resultaten sterk verschilden tussen beroepen en programma’s (Gunawan et al., 2025). Een grotere meta-analyse van tachtig gerandomiseerde onderzoeken naar bewegingsinterventies op of via de werkplek vond wel gunstige effecten op diverse mentale, lichamelijke en organisatorische uitkomsten (Nath et al., 2025).

De wetenschappelijk verantwoorde conclusie: krachttraining kan de algemene mentale en lichamelijke draagkracht ondersteunen. Er zijn aanwijzingen dat beweging ook op de werkvloer gunstig kan zijn, maar het is niet overtuigend bewezen dat krachttraining op zichzelf overspanning of uitval voorkomt.

The conclusion must be more cautious here. Much of the resistance-training literature measures depression, anxiety, general distress or quality of life. These outcomes are important, but they are not identical to occupational stress.

A 2025 review combined ten studies of physical-activity interventions for work-related stress. The average effect was small and not statistically conclusive, with substantial variation across occupations and programmes (Gunawan et al., 2025). A larger meta-analysis of eighty randomised workplace physical-activity trials did report beneficial effects across several mental, physical and organisational outcomes (Nath et al., 2025).

The scientifically responsible conclusion: resistance training can support general mental and physical capacity. There are indications that movement also helps in workplace settings, but it has not been conclusively proven that resistance training alone prevents occupational overload or sickness absence.

Mijn persoonlijke ervaring: training, grenzen en mijn eigen ruimte bewakenMy personal experience: training, boundaries and protecting my own space

Persoonlijke reflectie van Mart, oprichter van PowerVitaA personal reflection by Mart, founder of PowerVita

Wetenschappelijk onderzoek laat gemiddelden en verbanden zien. Uiteindelijk ervaart ieder mens spanning op zijn eigen manier. Daarom wil ik ook mijn persoonlijke ervaring delen.

Van nature ben ik een rustig persoon. Ik heb vrijwel nooit ruzie en probeer conflicten niet onnodig groter te maken. Toch heb ik in het verleden ook momenten gehad waarop ik sneller geïrriteerd was, minder goed in mijn vel zat of langer bleef hangen in een negatieve stemming.

Ik sport al lange tijd. Sinds ik bewuster leef en een vaste routine heb opgebouwd met krachttraining, voldoende beweging en voeding die bij mijn doelen past, merk ik dat ik mij lichamelijk en mentaal stabieler voel. Ik denk niet dat dit uitsluitend door krachttraining komt. Karakter, omstandigheden, opvoeding en persoonlijke overtuigingen spelen ook een rol. Mijn leefstijl ondersteunt wel de manier waarop ik met spanning omga.

Trainen is voor mij geen opoffering

Van buitenaf kan een vaste trainingsroutine eruitzien als een grote verplichting. Vroeg opstaan, hard trainen, bewust eten en regelmatig dezelfde keuzes maken kan streng lijken. Voor mij voelt het meestal niet als een straf. Ik haal er juist voldoening uit.

Tijdens het trainen heb ik een moment voor mezelf. Mijn aandacht ligt niet bij collega’s, sociale verwachtingen of problemen die ergens anders spelen. Ik ben bezig met mijn uitvoering, ademhaling, herhalingen en het doel van de training. Het is een moment waarop ik alles kan geven, maar tegelijkertijd ook afstand neem van de rest.

Ik ervaar plezier in bewegen en in het gevoel dat ik goed voor mijn lichaam zorg. Door bewust te eten en regelmatig te trainen voel ik mij meestal energiek en lichamelijk sterk. Die lichamelijke basis helpt mij ook om mij mentaal goed te voelen.

Dat betekent niet dat iemand met een ziekte, beperking of minder fitte leefstijl niet gelukkig kan zijn. Mentale gezondheid is veel complexer dan voeding en beweging. Voor mij zijn lichaam en geest wel duidelijk met elkaar verbonden. Wanneer ik goed slaap, voldoende beweeg en bewust eet, functioneer ik anders dan wanneer ik mijn lichaam langdurig zou verwaarlozen. Ook niet roken en geen alcohol drinken passen voor mij binnen die basis.

Mijn verantwoordelijkheid heeft grenzen

Ik probeer mijn eigen werk goed te doen en mij te concentreren op de taken waarvoor ik ben aangenomen. Ik let niet voortdurend op de vraag of iedere collega even hard werkt als ik. Wanneer iemand minder inzet toont, is het niet automatisch mijn taak om dat op te lossen. Ik ben geen leidinggevende en mij is niet gevraagd om die rol op mij te nemen.

Natuurlijk zie ik het wanneer iemand veel op zijn telefoon zit, taken laat liggen of iets niet goed uitvoert. Maar wanneer ik mij voortdurend verantwoordelijk zou voelen voor alles wat collega’s doen, neem ik een taak op mij die niet bij mijn functie hoort. De leidinggevende en de organisatie zijn verantwoordelijk voor verwachtingen, taakverdeling, kwaliteit, veiligheid en het aanspreken van medewerkers.

Doe je eigen werk zo goed mogelijk, maar draag niet automatisch de verantwoordelijkheid voor het gedrag van iedereen om je heen.

Dat helpt mij om mijn energie te richten op zaken waarop ik werkelijk invloed heb.

Niet iedere negatieve stemming hoeft mijn probleem te worden

Ik probeer mensen vriendelijk te behandelen en sta open voor normaal contact. Maar ik heb ook geleerd dat ik niet iedere negatieve stemming hoef op te lossen.

Wanneer iemand nors is, niet reageert of voortdurend klaagt, kan daar iets achter zitten. Dat kan begrip verdienen. Het is alleen niet automatisch mijn verantwoordelijkheid om de psycholoog, opvoeder of redder van die persoon te worden.

Je kunt iemand helpen, luisteren of belangstelling tonen. Er komt ook een moment waarop je moet herkennen dat de stemming van een ander jouw energie begint te beheersen. Afstand nemen betekent voor mij niet dat je iemand haat. Het betekent dat je grenzen bewaakt. Je kunt beleefd blijven zonder voortdurend beschikbaar te zijn en samenwerken zonder te proberen iemands hele karakter te veranderen.

Je hoeft niet iedereen te overtuigen

Mensen hebben verschillende karakters, overtuigingen en manieren van leven. Wanneer iemand anders denkt over geloof, wetenschap, training, voeding of het leven, hoef ik hem niet per se te overtuigen. Een zinloze discussie kan veel energie kosten zonder dat iemand werkelijk openstaat voor de ander. Niet ieder verschil hoeft een strijd te worden.

Vrijheid en ruimte zijn voor mij belangrijk

Naast training vind ik het belangrijk om een gevoel van persoonlijke vrijheid te behouden. Dat betekent niet dat ik afspraken niet serieus neem. Wanneer ik een afspraak maak, houd ik mij eraan. Ik voel alleen niet de behoefte om aan iedere verjaardag, ieder feestje of iedere sociale verwachting mee te doen omdat dit nu eenmaal verwacht wordt.

Wanneer iemand voortdurend wordt geprikkeld door werk, berichten, sociale verplichtingen en de problemen van anderen, blijft er weinig ruimte over om zelf tot rust te komen. Krachttraining vervult voor mij een deel van die functie. Het geeft mij structuur, inspanning en een duidelijk doel, maar ook een eigen ruimte waarin ik niet verantwoordelijk ben voor de verwachtingen of stemming van iemand anders.

Geen universele oplossing

Mijn manier van leven zal niet voor iedereen precies hetzelfde werken. Sommige mensen halen juist veel energie uit sociale activiteiten. Anderen ontspannen door wandelen, muziek, teamsport, creativiteit of tijd met hun gezin. Iemand kan bovendien gezond leven en toch overspannen raken.

Mijn persoonlijke ervaring is wel dat krachttraining, bewust eten, niet roken, niet drinken en mijn grenzen bewaken samen een sterke basis vormen. Die basis zorgt niet voor een leven zonder problemen. Ze helpt mij wel om dichter bij mezelf te blijven wanneer er spanning of negativiteit om mij heen ontstaat.

Voor mij betekent mentale weerbaarheid niet dat niets je ooit raakt. Het betekent dat je leert herkennen waarop je invloed hebt, welke verantwoordelijkheid werkelijk bij jou hoort, wanneer je iemand kunt helpen, wanneer je afstand moet nemen en welke gewoonten jou helpen om opnieuw tot rust te komen.

Scientific research describes averages and associations. Ultimately, every person experiences strain differently, so I also want to share my own experience.

I am naturally a calm person. I rarely argue and try not to make conflicts larger than necessary. Nevertheless, I have also had periods in which I became irritated more quickly, felt less positive or remained in a negative mood for longer.

I have exercised for a long time. Since building a more deliberate routine around resistance training, movement and nutrition that supports my goals, I notice that I generally feel more physically and mentally stable. I do not believe that training explains everything. Personality, circumstances, upbringing and personal convictions also matter. My lifestyle does, however, support the way I manage strain.

Training does not feel like a sacrifice to me

From the outside, a consistent training routine may look like a major obligation. Waking early, training hard and eating deliberately can appear strict. To me, it usually does not feel like punishment. It gives me satisfaction.

Training is time for myself. My attention is not on colleagues, social expectations or problems elsewhere. I focus on execution, breathing, repetitions and the purpose of the session. It is a moment in which I can give everything while also stepping away from everything else.

I enjoy movement and the feeling that I am caring for my body. Eating deliberately and training consistently usually leave me energetic and physically strong. That physical foundation also helps me feel mentally well.

This does not mean that someone with illness, disability or a less active lifestyle cannot be happy. Mental health is far more complex than food and exercise. For me, body and mind are clearly connected. When I sleep, move and eat well, I function differently than when I neglect my body. Not smoking and not drinking alcohol are also part of that foundation for me.

My responsibility has boundaries

I try to perform my own work well and focus on the duties for which I was employed. I do not constantly monitor whether every colleague works as hard as I do. When someone shows less commitment, it is not automatically my responsibility to solve that. I am not the manager and have not been appointed to that role.

Of course I notice when someone is frequently on a phone, leaves tasks unfinished or performs work incorrectly. But if I felt responsible for everything colleagues do, I would be taking on a role that is not mine. Management and the organisation are responsible for expectations, allocation of work, quality, safety and addressing performance.

Do your own work as well as possible, but do not automatically carry responsibility for everyone else’s behaviour.

This helps me direct my energy towards matters I can actually influence.

Not every negative mood has to become my problem

I try to treat people kindly and remain open to normal contact. I have also learned that I do not have to solve every negative mood.

When somebody is withdrawn, unresponsive or constantly complaining, there may be a genuine reason. That can deserve understanding. But it does not automatically make me that person’s psychologist, parent or rescuer.

You can listen and show interest, but there is also a point at which another person’s mood begins to control your energy. Taking distance does not mean hatred. It means protecting boundaries. You can remain polite without being permanently available and cooperate without trying to change someone’s entire character.

You do not need to convince everyone

People have different personalities, convictions and ways of living. When somebody thinks differently about faith, science, training, nutrition or life, I do not necessarily need to convince that person. A pointless discussion can consume considerable energy while neither side is genuinely open. Not every difference needs to become a battle.

Freedom and personal space matter to me

Alongside training, I value a sense of personal freedom. That does not mean I ignore commitments. When I make an agreement, I keep it. I simply do not feel that I must attend every birthday, party or social event only because it is expected.

When someone is constantly stimulated by work, messages, social obligations and other people’s problems, little space remains for recovery. Resistance training fulfils part of that function for me. It provides structure, effort and a clear goal, but also a space in which I am not responsible for somebody else’s expectations or mood.

Not a universal solution

My way of living will not work identically for everyone. Some people gain energy from social activity. Others recover through walking, music, team sport, creativity or family time. A person can also live healthily and still become overwhelmed.

My personal experience is that resistance training, deliberate nutrition, not smoking, not drinking and protecting my boundaries together form a strong foundation. That foundation does not create a life without problems, but it helps me remain closer to myself when tension or negativity appears around me.

To me, mental resilience does not mean that nothing ever affects you. It means learning what you can influence, which responsibilities genuinely belong to you, when you can help, when to step back and which habits help you return to balance.

Wanneer training extra belasting wordtWhen training becomes an additional burden

Training is gezond, maar is tegelijkertijd een lichamelijke stressprikkel. Het lichaam heeft slaap, voeding en tijd nodig om die prikkel te verwerken. Wanneer iemand al ernstig vermoeid is, weinig slaapt, streng aan het afvallen is en iedere training maximaal uitvoert, kan een zwaar programma de totale belasting verhogen.

Signalen dat de dosering mogelijk niet goed aansluit zijn langdurig slechter slapen, steeds minder zin om te trainen, duidelijke prestatievermindering, ongebruikelijke prikkelbaarheid en niet herstellen tussen sessies. Deze signalen kunnen verschillende oorzaken hebben en betekenen niet automatisch dat iemand overtraind is.

Tijdens perioden van veel spanning kan tijdelijk een eenvoudiger programma passen: minder sets, niet iedere set tot spierfalen, iets lichtere gewichten, rustige technische herhalingen en extra aandacht voor slaap en voeding. Het doel hoeft niet iedere training een persoonlijk record te zijn.

Training is healthy, but it is also a physical stressor. The body needs sleep, nutrition and time to adapt. When somebody is already severely fatigued, sleeping poorly, dieting aggressively and taking every session to the limit, a demanding programme may increase total load.

Possible signs of a poor match include persistently worse sleep, declining motivation, clear performance loss, unusual irritability and inadequate recovery between sessions. These signs have many possible causes and do not automatically indicate overtraining.

During highly stressful periods, a simpler programme may be more appropriate: fewer sets, avoiding failure on every set, slightly lighter loads, calm technical repetitions and greater attention to sleep and nutrition. Every session does not need to produce a personal record.

Wat kun je zelf doen?What can you do yourself?

1

Beweeg regelmatigMove regularly

Kies een vorm die je kunt volhouden: krachttraining, wandelen, fietsen, hardlopen, zwemmen of teamsport.

Choose a sustainable form: resistance training, walking, cycling, running, swimming or team sport.

2

Bouw krachttraining beheerst opBuild resistance training gradually

Voor een beginner kunnen twee full-bodytrainingen per week al een realistisch begin zijn. De oefeningen moeten passen bij ervaring en belastbaarheid.

For a beginner, two full-body sessions per week can be a realistic starting point. Exercises should match experience and physical capacity.

3

Bescherm je slaapProtect your sleep

Let op ritme, voldoende tijd in bed, cafeïne, alcohol, schermgebruik en een te hoge trainingsbelasting.

Pay attention to regularity, sufficient time in bed, caffeine, alcohol, screen use and excessive training load.

4

Begrens verantwoordelijkheidSet boundaries around responsibility

Vraag jezelf af of een probleem werkelijk bij jouw functie hoort of dat je het overneemt omdat niemand anders lijkt te handelen.

Ask whether a problem genuinely belongs to your role or whether you are taking it over because nobody else appears to act.

5

Kies je discussiesChoose your discussions

Spreek zaken aan wanneer veiligheid, kwaliteit of respect in het geding zijn, maar maak niet ieder verschil tot een strijd.

Address issues involving safety, quality or respect, but do not turn every difference into a battle.

6

Creëer ruimte zonder verplichtingenCreate space without obligations

Plan momenten waarop niemand iets van je hoeft: training, wandelen, lezen, muziek of gewoon tijd alleen.

Schedule moments in which nobody needs anything from you: training, walking, reading, music or simply time alone.

Wat kunnen werkgevers en leidinggevenden doen?What can employers and managers do?

Een werknemer kan gezonder gaan leven, maar kan niet zelfstandig alle organisatorische problemen oplossen. Werkgevers en leidinggevenden hebben invloed op duidelijkheid, taakverdeling, prioriteiten, sociale veiligheid, ondersteuning, erkenning en autonomie.

Werknemers moeten weten wat er wordt verwacht, welke taken prioriteit hebben, welke kwaliteitsnormen gelden, waar hun verantwoordelijkheid eindigt en aan wie zij problemen moeten melden. Een leidinggevende hoeft niet voortdurend te controleren, maar moet wel vroeg signaleren wanneer iemand opvallend vermoeid, cynisch, teruggetrokken of foutgevoelig wordt.

Ook beide uitersten verdienen aandacht. De werknemer die te weinig doet moet worden aangesproken. De werknemer die te veel verantwoordelijkheid naar zich toetrekt, heeft soms juist begrenzing nodig.

Individuele stressinterventies kunnen klachten verminderen, maar de zekerheid van het bewijs en de langetermijneffecten verschillen (Tamminga et al., 2023). Digitale interventies voor werknemers laten gemiddeld kleine gunstige effecten zien op stress, angst en depressieve klachten, maar lossen slechte werkprocessen niet vanzelf op (Stratton et al., 2022).

Een organisatie moet voorkomen dat de boodschap wordt: “Het werk verandert niet; de werknemer moet gewoon leren er beter tegen te kunnen.”

An employee can improve lifestyle habits but cannot independently solve every organisational problem. Employers and managers influence clarity, allocation of work, priorities, psychological safety, support, recognition and autonomy.

Employees need to know what is expected, which tasks have priority, which quality standards apply, where responsibility ends and where to report problems. A manager does not need to monitor every action, but should respond early when someone becomes unusually fatigued, cynical, withdrawn or error-prone.

Both extremes require attention. A disengaged employee should be addressed, while an employee who assumes excessive responsibility may need clearer boundaries.

Individual stress interventions can reduce symptoms, although evidence certainty and long-term effects vary (Tamminga et al., 2023). Digital employee interventions show small average benefits for stress, anxiety and depression, but they do not automatically repair poor work processes (Stratton et al., 2022).

An organisation should avoid sending the message: “The work will not change; the employee simply has to become better at tolerating it.”

Korte zelfreflectie: hoe ga jij om met spanning op het werk?Short reflection: how do you deal with strain at work?

Deze vragen vormen geen medische test en geven geen diagnose. Ze zijn bedoeld als praktische spiegel.

These questions are not a medical test and do not provide a diagnosis. They are intended as a practical reflection.

5 / 10
0 — volledig uitgeput0 — completely exhausted10 — rustig, energiek en helder10 — calm, energetic and clear
  1. Waar merk jij spanning het eerst aan: in je lichaam, gedachten, slaap, humeur of gedrag?
  2. Kun je het werk na je dienst loslaten, of blijf je er thuis mee bezig?
  3. Welke situaties irriteren jou het meest: drukte, onduidelijkheid, collega’s, leiding of ervaren oneerlijkheid?
  4. Ga je in discussies, blijf je piekeren of probeer je alles zelf op te lossen?
  5. Neem je verantwoordelijkheden over die eigenlijk niet bij jou horen?
  6. Heb je voldoende momenten waarop niemand iets van je hoeft?
  7. Welke contacten geven energie en welke kosten vooral energie?
  8. Hoe slaap je en word je meestal uitgerust wakker?
  9. Geeft beweging je energie of voelt het vooral als een extra verplichting?
  10. Gebruik je nicotine, alcohol, eten of eindeloos scrollen om spanning tijdelijk te onderdrukken?
  11. Wat probeer je te controleren terwijl het buiten jouw verantwoordelijkheid ligt?
  12. Wat is één concrete verandering die je deze week kunt maken?
  1. Where do you notice strain first: in your body, thoughts, sleep, mood or behaviour?
  2. Can you leave work behind after your shift, or does it remain in your mind at home?
  3. Which situations irritate you most: workload, uncertainty, colleagues, leadership or perceived unfairness?
  4. Do you enter arguments, keep ruminating or try to solve everything yourself?
  5. Do you take on responsibilities that do not actually belong to you?
  6. Do you have enough time in which nobody needs anything from you?
  7. Which relationships provide energy and which mainly consume it?
  8. How are you sleeping, and do you usually wake rested?
  9. Does movement provide energy or feel like another obligation?
  10. Do you use nicotine, alcohol, food or endless scrolling to suppress strain temporarily?
  11. What are you trying to control even though it lies outside your responsibility?
  12. What is one concrete change you can make this week?

Kies één kleine stap. Bijvoorbeeld eerder naar bed, een wandeling, twee krachttrainingen plannen, een grens uitspreken, een taak terugleggen waar die hoort of een gesprek aanvragen.

Choose one small step. For example: go to bed earlier, take a walk, schedule two resistance sessions, state a boundary, return a task to the appropriate person or request a conversation.

Wanneer is professionele hulp verstandig?When is professional support advisable?

Normale spanning hoort bij het leven. Niet iedere moeilijke werkweek wijst op overspanning. Spreek wel met een huisarts, bedrijfsarts of andere bevoegde professional wanneer klachten aanhouden, toenemen of het dagelijks functioneren duidelijk beïnvloeden.

Signalen zijn bijvoorbeeld niet meer herstellen na vrije dagen, ernstige slaapproblemen, voortdurend piekeren, paniekklachten, regelmatig instorten, concentratieproblemen die tot fouten leiden, sterk toenemend middelengebruik of niet meer normaal kunnen functioneren. Krachttraining kan ondersteuning bieden, maar vervangt geen professionele beoordeling of behandeling.

Normal tension is part of life, and not every difficult working week indicates occupational overload. Speak with a doctor, occupational physician or other qualified professional when symptoms persist, worsen or clearly impair daily functioning.

Relevant signs include no longer recovering after days off, severe sleep problems, constant rumination, panic symptoms, repeated emotional or physical collapse, concentration problems causing errors, sharply increasing substance use or inability to function normally. Resistance training can be supportive, but it does not replace professional assessment or treatment.

ConclusieConclusion

Krachttraining kan meer betekenen dan sterker worden of spiermassa opbouwen. Onderzoek laat zien dat krachttraining depressieve en angstige klachten gemiddeld kan verminderen. Beweging in bredere zin hangt samen met een gunstiger mentale gezondheid en kan mogelijk ook bepaalde lichamelijke stressreacties beïnvloeden.

Daarmee is het aannemelijk dat krachttraining de mentale en lichamelijke draagkracht kan ondersteunen. De stap van betere mentale gezondheid naar het voorkomen van overspanning op het werk is echter niet automatisch. Iemand kan goed eten, voldoende slapen en regelmatig trainen, maar alsnog vastlopen door structurele onduidelijkheid, slechte leiding, conflicten, onrechtvaardigheid of ernstige privéproblemen.

Andersom kan een prettige werkomgeving niet volledig compenseren voor langdurig slaaptekort, lichamelijke inactiviteit en een voortdurend gebrek aan herstel.

Werk aan de bron van de spanning én versterk de basis waarmee je die spanning verwerkt.

Krachttraining kan onderdeel zijn van die basis. Niet als wondermiddel, maar als een manier om te investeren in kracht, vitaliteit, structuur, persoonlijke ruimte en kwaliteit van leven.

Resistance training can mean more than building strength or muscle. Research shows that it can reduce depressive and anxiety symptoms on average. Physical activity more broadly is associated with better mental health and may also influence certain physiological stress responses.

It is therefore plausible that resistance training supports mental and physical capacity. However, better general mental health does not automatically mean that occupational overload will be prevented. A person can eat well, sleep adequately and train consistently yet still become overwhelmed by persistent uncertainty, poor leadership, conflict, unfairness or severe personal problems.

Conversely, a supportive workplace cannot fully compensate for chronic sleep loss, inactivity and inadequate recovery.

Address the source of the strain and strengthen the foundation with which you process it.

Resistance training can be part of that foundation—not as a miracle cure, but as a way to invest in strength, vitality, structure, personal space and quality of life.

Wetenschappelijke referentiesScientific references

  1. De Nys, L., Anderson, K., Ofosu, E. F., Ryde, G. C., Connelly, J., & Whittaker, A. C. (2022). The effects of physical activity on cortisol and sleep: A systematic review and meta-analysis. Psychoneuroendocrinology, 143, 105843. https://doi.org/10.1016/j.psyneuen.2022.105843
  2. Firth, J., Marx, W., Dash, S., Carney, R., Teasdale, S. B., Solmi, M., Stubbs, B., Schuch, F. B., Carvalho, A. F., Jacka, F., & Sarris, J. (2019). The effects of dietary improvement on symptoms of depression and anxiety: A meta-analysis of randomized controlled trials. Psychosomatic Medicine, 81(3), 265–280. https://doi.org/10.1097/PSY.0000000000000673
  3. Gordon, B. R., McDowell, C. P., Lyons, M., & Herring, M. P. (2017). The effects of resistance exercise training on anxiety: A meta-analysis and meta-regression analysis of randomized controlled trials. Sports Medicine, 47(12), 2521–2532. https://doi.org/10.1007/s40279-017-0769-0
  4. Gordon, B. R., McDowell, C. P., Hallgren, M., Meyer, J. D., Lyons, M., & Herring, M. P. (2018). Association of efficacy of resistance exercise training with depressive symptoms: Meta-analysis and meta-regression analysis of randomized clinical trials. JAMA Psychiatry, 75(6), 566–576. https://doi.org/10.1001/jamapsychiatry.2018.0572
  5. Gunawan, Y. A., Suen, M.-W., Denny, H. M., & Restya, W. P. D. (2025). Alleviating work stress with physical activity: A comprehensive review. Work, 82(1), 35–45. https://doi.org/10.1177/10519815251337040
  6. Harvey, S. B., Modini, M., Joyce, S., Milligan-Saville, J. S., Tan, L., Mykletun, A., Bryant, R. A., Christensen, H., & Mitchell, P. B. (2017). Can work make you mentally ill? A systematic meta-review of work-related risk factors for common mental health problems. Occupational and Environmental Medicine, 74(4), 301–310. https://doi.org/10.1136/oemed-2016-104015
  7. Mariano, I. M., Amaral, A. L., Ribeiro, P. A. B., & Puga, G. M. (2022). A single session of exercise reduces blood pressure reactivity to stress: A systematic review and meta-analysis. Scientific Reports, 12, 11837. https://doi.org/10.1038/s41598-022-15786-3
  8. Mikkelsen, S., Coggon, D., Andersen, J. H., Casey, P., Flachs, E. M., Kolstad, H. A., Mors, O., & Bonde, J. P. (2021). Are depressive disorders caused by psychosocial stressors at work? A systematic review with meta-analysis. European Journal of Epidemiology, 36(5), 479–496. https://doi.org/10.1007/s10654-021-00725-9
  9. Morava, A., Dillon, K., Sui, W., Alushaj, E., & Prapavessis, H. (2024). The effects of acute exercise on stress reactivity assessed via a multidimensional approach: A systematic review. Journal of Behavioral Medicine, 47(4), 545–565. https://doi.org/10.1007/s10865-024-00470-w
  10. Mücke, M., Ludyga, S., Colledge, F., & Gerber, M. (2018). Influence of regular physical activity and fitness on stress reactivity as measured with the Trier Social Stress Test protocol: A systematic review. Sports Medicine, 48(11), 2607–2622. https://doi.org/10.1007/s40279-018-0979-0
  11. Nath, A., Schimmelpfennig, S., Kreienbaum, C., & Konradt, U. (2025). Move to improve: Meta-analysis of workplace physical activity interventions. Journal of Occupational Health Psychology, 30(3), 176–198. https://doi.org/10.1037/ocp0000401
  12. Noetel, M., Sanders, T., Gallardo-Gómez, D., Taylor, P., del Pozo Cruz, B., van den Hoek, D., Smith, J. J., Mahoney, J., Spathis, J., Moresi, M., Pagano, R., Pagano, L., Vasconcellos, R., Arnott, H., Varley, B., Parker, P., Biddle, S., & Lonsdale, C. (2024). Effect of exercise for depression: Systematic review and network meta-analysis of randomised controlled trials. BMJ, 384, e075847. https://doi.org/10.1136/bmj-2023-075847
  13. O’Sullivan, D., Gordon, B. R., Lyons, M., Meyer, J. D., & Herring, M. P. (2023). Effects of resistance exercise training on depressive symptoms among young adults: A randomized controlled trial. Psychiatry Research, 326, 115322. https://doi.org/10.1016/j.psychres.2023.115322
  14. Palmer, C. A., Bower, J. L., Cho, K. W., Clementi, M. A., Lau, S., Oosterhoff, B., & Alfano, C. A. (2024). Sleep loss and emotion: A systematic review and meta-analysis of over 50 years of experimental research. Psychological Bulletin, 150(4), 440–463. https://doi.org/10.1037/bul0000410
  15. Pearce, M., Garcia, L., Abbas, A., Strain, T., Schuch, F. B., Golubic, R., Kelly, P., Khan, S., Utukuri, M., Laird, Y., Mok, A., Smith, A., Tainio, M., Brage, S., & Woodcock, J. (2022). Association between physical activity and risk of depression: A systematic review and meta-analysis. JAMA Psychiatry, 79(6), 550–559. https://doi.org/10.1001/jamapsychiatry.2022.0609
  16. Schuch, F. B., Vancampfort, D., Firth, J., Rosenbaum, S., Ward, P. B., Silva, E. S., Hallgren, M., Ponce De Leon, A., Dunn, A. L., Deslandes, A. C., Fleck, M. P., Carvalho, A. F., & Stubbs, B. (2018). Physical activity and incident depression: A meta-analysis of prospective cohort studies. American Journal of Psychiatry, 175(7), 631–648. https://doi.org/10.1176/appi.ajp.2018.17111194
  17. Singh, B., Olds, T., Curtis, R., Dumuid, D., Virgara, R., Watson, A., Szeto, K., O’Connor, E., Ferguson, T., Eglitis, E., Miatke, A., Simpson, C. E. M., & Maher, C. (2023). Effectiveness of physical activity interventions for improving depression, anxiety and distress: An overview of systematic reviews. British Journal of Sports Medicine, 57(18), 1203–1209. https://doi.org/10.1136/bjsports-2022-106195
  18. Stratton, E., Lampit, A., Choi, I., Malmberg Gavelin, H., Aji, M., Taylor, J., Calvo, R. A., Harvey, S. B., & Glozier, N. (2022). Trends in effectiveness of organizational eHealth interventions in addressing employee mental health: Systematic review and meta-analysis. Journal of Medical Internet Research, 24(9), e37776. https://doi.org/10.2196/37776
  19. Tamminga, S. J., Emal, L. M., Boschman, J. S., Levasseur, A., Thota, A., Ruotsalainen, J. H., Schelvis, R. M. C., Nieuwenhuijsen, K., & Van der Molen, H. F. (2023). Individual-level interventions for reducing occupational stress in healthcare workers. Cochrane Database of Systematic Reviews, 2023(5), CD002892. https://doi.org/10.1002/14651858.CD002892.pub6
  20. Taylor, G. M. J., Lindson, N., Farley, A., Leinberger-Jabari, A., Sawyer, K., te Water Naudé, R., Theodoulou, A., King, N., Burke, C., & Aveyard, P. (2021). Smoking cessation for improving mental health. Cochrane Database of Systematic Reviews, 2021(3), CD013522. https://doi.org/10.1002/14651858.CD013522.pub2
  21. Tomaso, C. C., Johnson, A. B., & Nelson, T. D. (2021). The effect of sleep deprivation and restriction on mood, emotion, and emotion regulation: Three meta-analyses in one. Sleep, 44(6), zsaa289. https://doi.org/10.1093/sleep/zsaa289
  22. Van der Molen, H. F., Nieuwenhuijsen, K., Frings-Dresen, M. H. W., & De Groene, G. (2020). Work-related psychosocial risk factors for stress-related mental disorders: An updated systematic review and meta-analysis. BMJ Open, 10(7), e034849. https://doi.org/10.1136/bmjopen-2019-034849
  23. Van Veen, M., Oude Hengel, K. M., Schelvis, R. M. C., Bongers, P. M., Ket, J. C. F., Van der Beek, A. J., & Boot, C. R. L. (2023). Psychosocial work factors affecting mental health of young workers: A systematic review. International Archives of Occupational and Environmental Health, 96(1), 57–75. https://doi.org/10.1007/s00420-022-01907-y